26/09/2023 - Op 1 november organiseert Considerati in samenwerking met TNO de vierde editie van de Policy Primer. Een event waar bedrijfsleven, politiek en wetenschap het gesprek aangaan over het versterken van de Nederlandse innovatiekracht en onze technologische positie in de wereld. Tjark Tjin-A-Tsoi is CEO van TNO en een van de sprekers op de Policy Primer. We vroegen hem naar zijn suggesties voor een nieuw kabinet.

Benut Nederland de kansen van innovatie en technologie wel voldoende?

Met onze onderzoeksinfrastructuur, start-ups en hightech- en maakbedrijven heeft Nederland veel in huis op gebied van innovatie en technologie. We behoren op een aantal vlakken wetenschappelijk en technologisch tot de wereldtop. Maar de realiteit is ook dat we dit potentieel onvoldoende omzetten in economische en maatschappelijke waarde. We creëren veel startups en op dat vlak heeft Nederland een forse slag gemaakt. Maar het percentage startups dat echt doorgroeit en doorbreekt is te klein. Hoe dat komt is een interessante vraag, maar een belangrijk aspect is dat succesvolle innovatie niet alleen fundamenteel onderzoek, maar ook toegepast onderzoek, valorisatie en ondernemerschap vereist. Het gaat om de hele keten. En om te innoveren moet je opboksen tegen gevestigde belangen, regelgeving, sceptische kapitaalverschaffers en andere obstakels. Dat vereist ambitie en volharding, maar ook maatschappelijke waardering van ondernemerschap en een goed begrip van de onnodige obstakels waar ondernemers mee te maken krijgen.

Wat dat betreft kunnen we ons ook wel zorgen maken over de toenemende regeldruk in de EU. Ik hoorde een analist recentelijk zeggen dat EU zichzelf lijkt te zien als de “Silicon Valley van regelgeving”. Allemaal goed bedoeld ongetwijfeld, maar cumulatief is het niet bevorderlijk voor innovatie en ondernemerschap, of voor de toekomstige economische en geopolitieke positie. Daarnaast is Nederland op de wereldmarkt natuurlijk maar een kleine speler en kunnen we niet in alle schakels van lange waardeketens een dominante rol spelen. We zullen dus keuzes moeten maken, gebaseerd op een scherpe analyse van onze comparatieve voordelen; dat wil zeggen gebieden waarop we aantoonbaar en duurzaam voorop lopen. En daarbij kunnen we niet naïef of zelfvoldaan zijn, want de wereld dendert door. De cumulatieve innovatie-inspanning in de wereld is enorm toegenomen en de spanningen tussen de machtsblokken wakkert dit alleen maar verder aan. De tijd voor navelstaren is voorbij en het is hoog tijd dat Nederland ontwaakt uit de sluimerstand en meer oog krijgt voor de internationale en geopolitieke realiteit.

Wat is nodig om Nederland weer de juiste richting op te krijgen ten aanzien van innovatie en technologie?

We staan vlak voor verkiezingen en daarmee voor nieuwe beleidskeuzes die gemaakt kunnen worden. Ik noemde zojuist al enkele elementen: meer focus op de hele innovatieketen, inclusief toepast onderzoek, valorisatie en ondernemerschap. Met een bijzondere focus op het vergroten van het aantal scale-ups dat echt doorbreekt. De overheid kan daarbij ook helpen door vaker op te treden als launching customer. Daar zijn we ten opzichte van andere landen te terughoudend in. Daarnaast is van belang dat een nieuw kabinet blijft inzetten op de EU-ambitie om 3 procent van het bbp te investeren in R&D (in 2021 realiseerde Nederland slechts 2,3%). Feitelijk een achterhaalde norm gezien de investeringen van omringende landen als België (3,5%), Duitsland (3,1%), Zweden (3,5%).

Met name de private investeringen in R&D blijven in Nederland achter. Er wordt dan al snel naar het bedrijfsleven gekeken, maar we moeten ons realiseren dat R&D echt wel plaatsvindt, alleen niet noodzakelijkerwijs hier in ons land. Met name grote industriële bedrijven zijn niet gebonden aan Nederland. Kortom, Nederland moet weer een magneet worden voor private R&D investeringen en daar is meer voor nodig dan alleen grote overheidsfondsen. We moeten ook mensen opleiden en talent aantrekken in relevante vakken en we moeten die mensen kunnen huisvesten en allerlei vormen van congestie oplossen.

Wat niet iedereen zich lijkt te realiseren is dat de industrie een zeer belangrijk deel van de Nederlandse economie is, verantwoordelijk voor een groot deel van de economische groei, banen en welvaart. [Zie recente TNO studie]. Ook veel dienstensectoren hangen samen met de industrie. Een groot deel van de private R&D-investeringen moeten komen van de industrie, want juist daar is innovatie een fundamenteel onderdeel van het bedrijfsmodel. De industrie lijkt echter in een steeds kwader daglicht te worden gesteld onder andere ten gevolge van de klimaat- en duurzaamheidsproblematiek.

Ik begrijp die sentimenten, maar de crisis retoriek kan ook tot gevolg hebben dat men het doel voorbij schiet en de industrie uit Nederland jaagt. Voor het klimaat levert dat geen enkel voordeel op, integendeel, maar Nederland verliest daarmee wel een stuk economische kracht die we keihard nodig zullen hebben om complexe en dure transities te realiseren zonder ontwrichtende sociale onrust. Het is beter als de Nederlandse politiek en samenleving een hecht partnerschap aangaan om de industrie te verduurzamen en zo niet alleen milieuschade te voorkomen, maar ook nieuwe businessmodellen te creëren. Doordat we een klein geavanceerd land zijn met korte lijnen maken we een goede kans op dit vlak leidend te zijn, wereldwijd. Maar dan moeten we wel die keuze maken en niet boos naar elkaar gaan staan wijzen.

De overheid stimuleert innovatie flink via het Nationaal Groeifonds. Hoe kijk je daarnaar?

Als je ook maar iets weet van de Nederlandse politieke verhoudingen en waar we vandaan komen, dan weet je dat het Groeifonds een triomf is. Het zorgt voor een forse impuls vanuit de overheid. Ik pleit dan ook voor voortzetting van de inspanningen van de overheid met een ‘Groeifonds 2.0’, maar wil ook wel wat kanttekeningen plaatsen. Om te beginnen moeten we uitkijken voor verdringingseffecten. Uiteindelijk gaat het erom dat fondsen als het Groeifonds een impuls geven voor nieuwe investeringen, initiatieven en waardeketens die daarna op eigen benen kunnen staan.

Ook merk je wel enigszins dat de focus bij innovatie partners sterk komt te liggen op het schrijven van goede groeifondsvoorstellen in plaats van een scherpe marktfocus. Deels wordt dit veroorzaakt doordat het proces rond de groeifondsen behoorlijk intensief is en lang duurt. Dit kan in mijn ogen sneller en daadkrachtiger, met minder transactiekosten. Dat alles in het achterhoofd houdend vind ik dat Nederland op dit vlak moet doorgaan op de ingeslagen weg.

Kun je een paar kansrijke waardeketens noemen?

Nederland kan niet in alles de absolute wereldleider zijn. We moeten weloverwogen kiezen op welke technologieën we de komende jaren inzetten. De vervolgvraag is misschien nog relevanter: op welke schakels in de waardeketen zetten we in? Is er een onmisbare sleutelpositie waar de hele wereld van afhankelijk is, die wij in Nederland kunnen ontwikkelen? We verwachten dat in 2040 zo’n 50 procent van de omzet van de hightechsector uit nieuwe vaak mondiale waardeketens komt. Ketens die nu nog niet bestaan. Bedenk dat Nederlandse hightech- en maakbedrijven nu sterke posities hebben in het buitenland via internationale handel en toegenomen globalisering van waardeketens. De export van goederen en diensten is een belangrijke bron van inkomsten voor de Nederlandse economie, we hebben grofweg een derde van de Nederlandse welvaart te danken aan de export. In 2021 exporteerde Nederland voor een waarde van 400 miljard euro aan ‘made in NL’ producten en diensten. Ruim de helft hiervan werd geëxporteerd door de Nederlandse industrie.

Als we het innovatiebeleid gaan richten op onmisbare schakels in waardeketens -de zogenaamde control points- dan hebben we volgens mij het potentieel een handvol nieuwe ASML’s voort te brengen. Niemand heeft een glazen bol om te voorspellen welke bedrijven dat zijn. Wel zie ik een aantal kansrijke waardeketens waarbinnen Nederland echte sleutelposities kan opbouwen. Denk bijvoorbeeld aan batterijtechnologie. De omvorming van ons energiesysteem vraagt om grootschalige energieopslag. We zijn in Nederland goed in het bouwen van complexe machines. Investeren in de technologie en het bouwen van machines die nodig zijn voor de productie van de nieuwe generatie batterijen biedt grote kansen. Ook laser-satellietcommunicatie is kansrijk. Dit is communicatie via laser waardoor ons dataverkeer veel sneller en veiliger wordt dan via de radiofrequenties die we nu gebruiken. Nederland behoort tot de wereldtop in optische communicatie. Het is onwaarschijnlijk dat we concurrerend kunnen worden in de massaproductie van de satellieten zelf. Investeren in technologieën en instrumenten voor deze toekomstige optische satellietcommunicatie die ingebouwd gaat worden in alle toekomstige communicatiesatellieten is kansrijker.

Ook de geïntensiveerde investeringen in het defensiedomeinbieden kansen. Door Nederlandse hightech- en maakbedrijven intensief te betrekken bij kennisopbouw, technologieontwikkeling en innovatie, kan onze krijgsmacht unieke niche-capaciteiten opbouwen. En kan de sector haar positie verder versterken in de mondiale waardeketens waarin zij opereert. De ontwikkelingen in de Brainportregio vormen een goed voorbeeld.

Hoe ontwaken we uit de ‘sluimerstand’?

Laten we onze innovatieve hightech- en maakindustrie weer omarmen en de waarde voor de Nederlandse samenleving erkennen. Ondernemers spelen een cruciale rol in het stimuleren van de Nederlandse welvaart, het bevorderen van innovatie en het bouwen aan ons toekomstig verdienvermogen. Laten we deze bijdrage waarderen en volop ruimte geven. Te beginnen met het aanpakken van een aantal praktische knelpunten. Ik denk dan aan het opleiden van meer bèta-studenten, het verbeteren van huisvesting, mobiliteit en netcapaciteit. Wat we nodig hebben, is een allesomvattende aanpak die niet alleen de innovatieketen, maar het gehele investeringsklimaat en de randvoorwaarden in beschouwing neemt. 

 

Biografie

Tjark Tjin-A-Tsoi (1966) is sinds juni 2022 CEO en voorzitter van de Raad van Bestuur van TNO. Daarvoor was hij voorzitter van de Raad van Bestuur en CEO van Sanquin en van 2014 tot 2020 directeur-generaal van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Eerder was hij onder meer werkzaam als algemeen directeur van het Nederlands Forensisch Instituut en als directeur Concurrentietoezicht bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Daarvoor bekleedde hij functies bij onder meer Ernst & Young, Rabobank en Shell. Tjin-A-Tsoi is gepromoveerd in de theoretische fysica aan de Universiteit van Amsterdam.

Policy Primer - 1 november 2023

Nederland en de EU streven ‘open strategische autonomie’ na. Met duurzame investeringen die op de lange termijn onze positie versterken. Welke keuzes rond beleid en investeringen zijn er nodig, voor een samenleving waarbij innovatie en technologie – zoals quantum, AI en deeptech - van eigen bodem groot kan worden? 

De policy primer is een high-level policy event dat beleidsmakers, politici en het bedrijfsleven samenbrengt om te discussiëren over de beslissingen die nodig zijn om innovatie en technologische transities in Nederland en Europa te versnellen. Lees meer.