18/09/2024 – Radicalisering blijft een actueel vraagstuk in ons land. De gemeente speelt een belangrijke rol bij het vroegtijdig signaleren van radicalisering bij inwoners en het tegengaan van radicalisering in samenwerking met instanties als de politie en het Openbaar Ministerie. Helaas bestaat er tot op heden geen wettelijke basis voor gemeenten om persoonsgegevens te mogen delen met instanties over radicaliserende inwoners, waardoor het effectief bestrijden van radicalisering en extremisme erg moeilijk is. Maar hier lijkt binnenkort verandering in te komen. 

Het wetsvoorstel 

De Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten voorziet in een wettelijke basis voor gemeenten om persoonsgegevens te delen met als doel radicalisering en terroristische activiteiten tegen te gaan. Het wetsvoorstel ligt momenteel bij de Eerste Kamer. 

In het voorstel wordt radicalisering gedefinieerd als: “het proces dat uiteindelijk kan leiden tot terroristische activiteiten of tot extremistische activiteiten, zijnde activiteiten waarbij personen of groepen vanuit ideologisch motief bereid zijn in ernstige mate de wet te overtreden of activiteiten te verrichten die de democratische rechtsstaat ondermijnen.” Denk hierbij aan zorgelijk gedrag, zoals het goedpraten van aanslagen of deelname aan sociale mediagroepen die haat en geweld verheerlijken.  

Hoewel er een wettelijke definitie voor radicalisering wordt gegeven, is dit voor extremisme bewust achterwege gelaten in de wet, aangezien extremisme in verschillende vormen kan voorkomen. Echter, door de AIVD wordt extremisme omschreven als “het uit ideologische motieven bereid zijn om niet-gewelddadige en/of gewelddadige activiteiten te verrichten die de democratische rechtsorde ondermijnen.” Denk hierbij aan ultranationalisme, antisemitisme of het verwerpen van gezagsstructuren (anarcho-extremisme).  

Om de gemeente beter uit te rusten tegen het bestrijden van dit soort gedrag, legt het wetsvoorstel een regiefunctie bij het college van burgemeester en wethouders van gemeenten. Dit betekent dat zij de wettelijke taak krijgen om casusoverleggen te organiseren. In de casusoverleggen bespreken betrokken instanties – waaronder gemeenten, politie en het OM - de mogelijke radicaliserende personen met elkaar en wisselen zij dus informatie uit.   

Daarnaast maakt het wetsvoorstel het expliciet mogelijk om bijzondere categorieën van persoonsgegevens en strafrechtelijke gegevens te delen tussen de deelnemers van het casusoverleg. Hiermee wordt een rechtsgrond gecreëerd voor de gegevensuitwisseling die de gemeente nodig heeft voor een persoonsgerichte aanpak van radicalisering.  

Nieuwe verantwoordelijkheden voor gemeenten 

Kortgezegd krijgt de gemeente door de nieuwe wet een taak als regievoerder. De gemeente moet hierdoor als hoofdregisseur optreden op de plekken waar de gevolgen van radicalisering het sterkst merkbaar zijn. Hoewel de gemeente volgens de wet de regie voert, blijven de individuele deelnemende instanties verantwoordelijk voor het nemen van besluiten binnen hun eigen bevoegdheden en mogen zij vanzelfsprekend niet treden in de bevoegdheden van een ander. De wet biedt de gemeente kortom geen grondslag voor het nemen van concrete maatregelen of interventies die veelal voorbehouden zijn aan het politie en het OM, maar is vooral gericht op het verbeteren van de samenwerking en afstemming tussen de betrokken partijen.  

Wat betekent dit voor gemeentes?  

Als deze nieuwe wet in werking treedt beschikken gemeentes straks eindelijk over een solide wettelijke grondslag voor het delen van persoonsgegevens met andere instanties met het oog op het tegengaan van radicalisering en terroristische activiteiten. Deze wettelijke basis betekent echter nog niet dat het delen van informatie over personen om radicalisering aan te pakken zonder risico is. Voorbeelden hiervan zijn de journalist Sakir Khader, die herhaaldelijk werd aangehouden bij grenscontroles en uren werd ondervraagd. Later bleek hij op een terreurlijst te staan, zonder te weten waarom. Ook Bilel werd op een lijst geplaatst, omdat hij contact had gehad met iemand die in het vizier van de politie stond. Het blijkt lastig om van dergelijke lijsten verwijderd te worden, waardoor de negatieve gevolgen blijven voortduren. Daar moeten gemeenten en andere instanties zich goed bewust van zijn. Een wettelijke basis betekent kortom niet dat gemeenten lichtvaardig over mogen gaan tot het delen van informatie met andere instanties.   

Om deze en andere risico’s voor de rechten en vrijheden van betrokkenen in kaart te brengen en zo goed mogelijk te kunnen ondervangen, is het dan ook essentieel voor gemeenten om een Data Protection Impact Assessment (DPIA) uit te voeren. Wanneer u al een DPIA heeft uitgevoerd, is het zaak om deze te herzien wanneer het nieuwe wetsvoorstel in werking treedt.

Meer weten?

Considerati volgt de ontwikkelingen van het wetsvoorstel op de voet en kan een DPIA uitvoeren of ondersteuning bieden bij het uitvoeren van een DPIA die ziet op de gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten. Heeft u hier nog vragen over, neem dan gerust contact op met een van onze consultants.

Onze diensten ofContact