12/09/2022 Volgende week dinsdag is het weer zo ver: Prinsjesdag. De eerste keer dat dit kabinet de begrotingsplannen maakt, om daarmee uitvoering te geven aan de plannen uit het Coalitieakkoord. Traditiegetrouw zijn de eerste plannen al ruim van tevoren uitgelekt. Wat kunnen we daaruit opmaken, en wat kunnen we daarnaast verder verwachten volgende week? 

Totstandkoming Prinsjesdagplannen

Zoals onze collega Janna in een eerdere blog al toelichtte, wordt tijdens de augustusbesluitvorming de laatste hand gelegd aan de begrotingsplannen die worden gepresenteerd op Prinsjesdag. Maar hoe kiest men uit alle mogelijkheden de beste opties? Naast de Voorjaarsnota, het tussentijds overzicht van mee- en tegenvallers op de begroting, zijn twee andere adviezen van grote invloed: de augustusraming van het CPB, en het Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) Vermogensverdeling, welke is opgesteld onder voorzitterschap van AFM-topvrouw Laura van Geest.

De augustusraming van het CPB

Om met die eerste te beginnen: wat vertelt de augustusraming ons? Deze bevat de meest recente cijfers over economische groei en koopkracht, op basis waarvan men nog wat kan schuiven in (met name) de belastingplannen. Volgens de augustusraming van het CPB daalt de koopkracht gemiddeld met 6,8% in 2022, met daarbij de kanttekening dat onderlinge verschillen groot zijn. Hoe lager het inkomen, hoe sterker de inflatie wordt gevoeld. De afgelopen maanden heeft het kabinet over daarover consequent gezegd dat het niet mogelijk zou zijn hier dit jaar nog iets voor te doen. Echter, volgens de laatste geluiden schijnt het kabinet - onder druk van de Tweede Kamer, die onder andere wijst naar de uitgebreide koopkrachtpakketten in Frankrijk en Duitsland - te onderzoeken of het maatregelen die voor 2023 gepland staan al per november of december van dit jaar kan laten ingaan. 

Om vanaf 2023 het verlies van koopkracht te dempen wordt er naar verwachting aan een aantal knoppen gedraaid. Het minimumloon gaat versneld omhoog met 10% per 1 januari, de accijnskorting op benzine wordt verlengd en de inkomstenbelasting in de eerste schijf wordt verlaagd. In totaal is met het hele pakket zo'n €16 miljard gemoeid. Om dat te kunnen betalen kijkt het kabinet nadrukkelijk naar het bedrijfsleven en vermogenden. De vennootschapsbelasting gaat naar verwachting omhoog van 15% naar 19% en de mijnbouwheffing voor energiebedrijven wordt fors verhoogd.

Het Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) Vermogensverdeling

Het IBO Vermogensverdeling heeft in opdracht van het kabinet gekeken hoe vermogen verdeeld is in Nederland. Een aantal uitkomsten zullen weinig mensen verrassen. Zo wordt in Nederland in vergelijking met andere landen weinig belasting geheven op vermogen. Sterker nog, Nederland is het enige EU-land dat vermogensinkomsten subsidieert: een groot deel van het vermogen in Nederland zit in pensioenen en huizen, en die worden fiscaal gesubsidieerd, zoals via de hypotheekrenteaftrek. 

Daarnaast schrijft het IBO dat met het huidige fiscaal beleid de vermogensongelijkheid alleen maar groter wordt, doordat vermogen uit arbeid zwaarder wordt belast dan uit aanmerkelijk belang, wat we vooral terugzien bij de hogere vermogens.

Hoewel historisch gezien opmerkelijk voor een centrumrechts kabinet, lijkt men dit met de aankomende Prinsjesdagplannen toch wel enigszins te willen repareren. De belasting op arbeid gaat omlaag, met name voor de lagere inkomensgroepen in de eerste schijf, en de belasting op vermogen wordt verhoogd.

En digitaal dan?

Daarvoor zullen we toch echt moeten wachten tot Prinsjesdag. Mogelijk dat er bijvoorbeeld meer geld wordt vrijgemaakt voor de algoritmetoezichthouder die in het coalitieakkoord is aangekondigd, maar dat is nog even afwachten. Het PA-team van Considerati zal op Prinsjesdag alle begrotingen doornemen. Wil je ook een analyse ontvangen? Stuur ons dan een bericht!

Marlou Dimmendaal Consultant Public Affairs

Meer weten?

Wilt u meer weten over bovenstaand onderwerp? Neem dan gerust contact met ons op. Onze collega's staan u graag te woord.