29/09/2020 - Aan de hand van vijf vragen vertelt Lotte de Bruijn over haar visie op de staat van digitalisering in Nederland en wat het volgende kabinet kan doen om de mogelijkheden van digitalisering beter te benutten.
Nederland zit in de voorste linies, maar wordt steeds meer ingehaald op de internationale digitale ranglijsten. Niet omdat wij minder goed zijn, maar omdat anderen inmiddels de kansen van digitalisering beter benutten.
Daarbij speelt ook dat we in Nederland soms de neiging hebben om te lang te blijven hangen in de risico’s. Ik zeg zeker niet dat we naïef moeten zijn over de risico’s die digitalisering ook met zich meebrengt, maar we moeten wel blijven ontwikkelen en vooruitgaan. Covid-19 heeft een versnelling gebracht in digitalisering, en ik hoop dat deze vaart blijft. Dit momentum moeten we vasthouden. Om dit voor elkaar te krijgen is het uiterst belangrijk dat alle betrokkenen met elkaar in gesprek blijven.
Het is de taak van de politiek om geïnformeerd kaders te scheppen. Bij digitalisering is dat best een opgave, zeker omdat digitalisering overal is, vrij complex is en continu en snel verandert. De kaders moeten daarom flexibel zijn en bij te stellen. Dat vraagt om een overheid en politiek die open staan voor input en feedback vanuit bedrijfsleven en maatschappij.
Interessant vind ik de ontwikkeling die ik bij enkele van onze leden zie, namelijk het gebruik van avatars voor vergaderingen. Zo heb je meer het gevoel dat je fysiek bij elkaar bent. Maar welke specifieke trend nu echt groot gaat worden is lastig aan te wijzen. Wel is duidelijk dat vrijwel alle nieuwe trends en technologieën bouwen op data. Data rules the world. Het feit dat in de huidige economische situatie, de bedrijven die wel goede cijfers blijven halen veelal de transitie naar digitaal en data hebben gemaakt, illustreert dat voor mij.
NLdigital zet met stip op één de inclusieve digitale vaardigheden. Het is eigenlijk beschamend dat dat in Nederland nota bene nog niet goed van de grond komt. In het primaire onderwijs zouden leerlingen al in aanraking moeten komen met de digitale wereld. Daarnaast zie ik dat bepaalde bedrijven niet genoeg technisch geschoold personeel kunnen aantrekken, terwijl een grote groep werklozen thuis op de bank zit. Deze twee groepen moet je samenbrengen.
Er wordt op dit onderwerp veel gesproken in de politiek (lees: NL Leert Door), maar de echte actie blijft uit. Plat gezegd denk ik dan, “niet lullen maar poetsen”. Inclusiviteit is hierbij ook heel belangrijk, dat iedereen in de samenleving toegang heeft tot om- en bijscholing. Alleen als digitalisering voor iedereen is, is het succesvol!
Het is een no brainer dat digitalisering verantwoord moet gebeuren. Ik denk dat juist ruimte in wet- en regelgeving voor lokale initiatieven en proeftuinen zou helpen. Deze tijd waarin iederéén nog zoekt naar de waarde van digitale oplossingen heeft baat bij digitale beschutte plekjes om nieuwe ideeën uit te mogen proberen. De politiek heeft namelijk ook de verantwoordelijkheid om haar burgers optimaal te laten profiteren van alle goeds dat digitalisering ons kan brengen. Hiervoor moet de Kamer ook experimenten durven toestaan, en soms fouten. Dat is niet makkelijk, maar wel hard nodig.
Een goed voorbeeld hiervan vind ik de corona-app. Deze digitale tool kan bijdragen om Covid-19 in te dammen, maar er was geen ruimte voor testen en experimenteren zonder zeer forse kritiek. De overheid zou denk ik zelf baat hebben bij een zandbak om te experimenteren, feedback te krijgen vanuit het bedrijfsleven en de maatschappij, en te leren van fouten.
Kennisbank
Considerati sprak afzwaaiend GroenLinks Tweede Kamerlid Kathalijne Buitenweg, tevens voorzitter van de Tijdelijke commissie Digitale toekomst (TCDT). Wat…