Het gebruik van de Facebook Like knop

Op woensdag 19 december 2018 verscheen de conclusie van Michal Bobek, de Tsjechische Advocaat-Generaal bij het Hof van Justitie, in de zaak Fashion ID. Dit betreft het advies aan het Hof in een tweede zaak over website-aanbieders die gebruik maken van de communicatiemogelijkheden die Facebook biedt. De aanbieder is dit maal een bedrijf dat online modeartikelen aanbiedt en de like knop van Facebook als plug in op zijn website heeft opgenomen. Eerder dit jaar had het Hof al uitspraak in een kwestie die het gebruik van persoonsgegevens op een door Facebook gehoste fanpagina betrof. Dat was de zaak Wirstschaftakademie.

De conclusie van Bobek bevestigt de eerdere uitspraak: als een website gebruik maakt van de faciliteiten van Facebook is de website vaak medeverantwoordelijke, ook voor hetgeen Facebook met de persoonsgegevens doet. 

Het praktische belang van de beide zaken is groot: velen maken gebruik van de mogelijkheden die Facebook biedt, bijvoorbeeld om inzicht te krijgen in de voorkeuren van klanten. Echter, dit betekent ook verantwoordelijkheid voor het gegevensgebruik, zij het niet onbeperkt.             

Waarover gaat de conclusie met betrekking tot de verantwoordelijkheid van de verwerking van persoonsgegevens?

Wanneer een gebruiker op de website van Fashion ID belandt, wordt automatisch informatie over het IP-adres en de browserstring van die gebruiker naar Facebook doorgezonden. In verschillende fases worden deze persoonsgegevens verwerkt, voor commerciële doelen van Fashion ID en van Facebook. Fashion ID maakt bijvoorbeeld gebruik van de like knop om zichtbaarheid te verkrijgen op Facebook.

De AG beschrijft de verantwoordelijkheden. Beide partijen kunnen als (mede) verantwoordelijken worden aangesproken voor die bewerkingen van persoonsgegevens waarvoor zij doel en middelen delen of mede bepalen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de initiële verzameling van gegevens en bij de doorzending van gegevens over het gebruik van de like knop, ook door personen die zelf geen Facebook account hebben.

De medeverantwoordelijkheid van Fashion ID heeft echter wel een grens. Het mogelijke verdere gebruik van de persoonsgegevens door Facebook valt buiten deze verantwoordelijkheidssfeer. Hierop heeft Fashion ID geen invloed.

Tot slot gaat de AG ook in op de verwerkingsgrondslagen. Gerechtvaardigd belang biedt de nodige ruimte. Waar toestemming als grondslag wordt gebruikt, is de AG van mening dat geen onderscheid mag worden gemaakt tussen Facebook gebruikers en diegenen die geen Facebook account hebben. Hij benadrukt dat het openen van een Facebook account geen toestemming impliceert voor het gebruik van persoonsgegevens door iedere willekeurige derde. 

Wat mogen we nog meer verwachten van deze zaak?

Uiteraard moet het Hof nog uitspraak doen. Die uitspraak zal, zo is mijn inschatting, binnen een paar maanden te verwachten zijn. De conclusie ligt in de lijn van eerdere rechtspraak, dus ik verwacht geen verder uitstel.           

Voor diegenen die niet lang op Luxemburgs nieuws willen wachten: reeds snel in het nieuwe jaar verschijnen op 10 januari de AG conclusies in twee zaken over het recht op het verwijderen van links op zoekmachines, de follow up op de beroemde Google Spain of Costeja-zaak. Misschien wel belangrijkste kwestie daar: de territoriale reikwijdte van dit recht. Moet Google ook links verwijderen bij zoekvragen vanuit derde landen?

Deze laatste zaken overtreffen het belang van Fashion ID. Considerati zal er dan ook zeker over bloggen.