08/10/2024 – Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) heeft zich op 4 oktober 2024 uitgesproken in de langverwachte zaak tussen de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennisbond (KNLTB) en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Het HvJ EU oordeelt duidelijk: een commercieel belang kán een gerechtvaardigd belang zijn. Hiermee zet het een streep door de normuitleg van de AP over het gerechtvaardigd belang.
De rechtszaak draaide om een conflict tussen de KNLTB en de AP. In december 2019 sanctioneerde de AP de KNLTB met een boete van €525.000 omdat zij zonder toestemming persoonsgegevens van haar leden, zoals namen, adressen en telefoonnummers, had doorverkocht aan twee sponsoren: TennisDirect (verkoper van sportartikelen) en de Nederlandse Loterij Organisatie (aanbieder van kans- en casinospelen). Een lucratieve deal voor de tennisbond, maar een doorn in het oog van de AP. De toezichthouder oordeelde dat hier geen sprake kon zijn van een gerechtvaardigd belang als grondslag voor de gegevensverwerking in de zin van artikel 6, lid 1, sub f van de AVG, omdat dit commerciële belang niet expliciet in de wet was verankerd. Volgens de AP kunnen alleen belangen die terug te vinden zijn in de wet als gerechtvaardigd belang kwalificeren. De KNLTB redeneert juist dat elk belang gerechtvaardigd kan zijn, mits niet in strijd met de wet. Beide partijen hebben dus een ander uitgangspunt waar het gaat om de vraag of een belang als “gerechtvaardigd” kan worden aangemerkt.
De KNLTB heeft beroep tegen dit boetebesluit ingesteld bij de rechtbank Amsterdam, die een aantal prejudiciële vragen aan het HvJ EU heeft gesteld over de uitleg van het begrip “gerechtvaardigd belang”. Hierbij ging het in het bijzonder over de vraag of een zuiver commercieel belang, zoals direct marketing, als een gerechtvaardigd belang kan worden aangemerkt en onder welke omstandigheden.
Op 4 oktober bracht het HvJ EU duidelijkheid: zolang het belang niet in strijd is met de wet kan een commercieel belang wél als een gerechtvaardigd belang worden aangenomen, zelfs als dat belang niet in de wet is vastgelegd. Dit betekent echter niet dat organisaties nu zonder enige terughoudendheid persoonsgegevens mogen inzetten voor hun eigen commerciële belangen. Het HvJ EU benadrukt nog maar eens dat er aan drie strikte voorwaarden moet worden voldaan wil een organisatie het gerechtvaardigd belang als verwerkingsgrondslag gebruiken. Dit wordt ook wel de driestappentoets genoemd:
Het HvJ EU maakt duidelijk dat de strikte voorwaarden nauwkeurig moeten worden afgewogen. Met andere woorden: organisaties die persoonsgegevens willen verwerken omdat zij daar commercieel belang bij hebben, zullen – ook met dit arrest in de hand – nog steeds twee hordes moeten nemen.
Ondanks het feit dat het HvJ EU het commercieel belang erkent als een mogelijk gerechtvaardigd belang, betekent dit niet dat de KNLTB de zaak heeft gewonnen. De bal ligt nu bij de rechtbank Amsterdam, die verder moet oordelen in de beroepsprocedure die leidde tot deze prejudiciële beslissing. Het arrest biedt het nodige houvast en nuttige richtlijnen. De AP zal daarnaast haar normuitleg moeten aanpassen om deze in lijn te brengen met het arrest van het HvJ EU.
Hoewel het gebruik van commerciële belangen ogenschijnlijk is verruimd, blijft het speelveld omgeven door obstakels. Elke organisatie die overweegt persoonsgegevens te verwerken op basis van een commercieel belang, moet zorgvuldig blijven handelen en daarbij onder meer de volgende acties in het achterhoofd houden:
Heeft u twijfels of uw organisatie het gerechtvaardigd belang als verwerkingsgrondslag kan (blijven) gebruiken? Neem gerust contact op met Considerati voor een op maat gemaakt advies.
Onze diensten ContactRecente blogs
De Europese Commissie kondigde in het vierde kwartaal van 2024 aan een publieke consultatie te starten voor nieuwe modelcontracten (SCCs). In deze blog…