Terwijl de Tweede Kamer al met zomerreces was, presenteerde minister Karremans op 11 juli het 3%-R&D actieplan. Negen voorstellen moeten structureel meer investeringen in onderzoek en ontwikkeling aanjagen, met als doel om in 2030 3% van het bbp aan R&D te besteden en Nederland weer tot de top vijf van meest concurrerende economieën te laten behoren.
De urgentie is helder
De urgentie en analyses zijn niet nieuw. Al jaren waarschuwen het bedrijfsleven, kennisinstellingen en adviserende onderzoeksorganisaties, zoals TNO en AWTI, dat Nederland structureel een te lage R&D-intensiteit kent. Waar omringende landen en concurrenten hun investeringen opvoeren, blijft Nederland achter. Het gevolg: minder technologische slagkracht, stagnerende productiviteitsgroei en een groeiende afhankelijkheid.
Zonder beleidswijzigingen daalt de R&D-intensiteit van 2,2% zelfs naar circa 2% in 2030, stelt TNO. Dat betekent minder innovatie, minder productiviteitsgroei en concurrentiekracht. Verder benadrukt de Centraal Economische Commissie in haar advies dat minder consumptie vandaag ruimte schept voor investeringen in het verdienvermogen van morgen. Meer investeringen in R&D en innovatie zijn daarbij essentieel om onze economische slagkracht te versterken en publieke voorzieningen structureel betaalbaar te houden.
Een samenhangend plan, maar scherpe keuzes nodig
Het actieplan bevat negen voorstellen, variërend van een R&D-lanceerplatform tot het verkennen van een Nederlands ‘ARPA’, een innovatie-instituut gericht op risicovolle en baanbrekende R&D. De maatregelen richten zich op drie sporen: het verhogen van private R&D-uitgaven, het opschalen van R&D-intensieve bedrijven en het verbeteren van het vestigingsklimaat. Slimme koppelingen zijn gelegd met bestaand beleid, zoals de NTS, de productiviteitsagenda en missiegedreven innovatiebeleid.
Van beleid naar resultaat
In het Draghi-rapport over het Europese verdienvermogen werd de 3%- norm al nadrukkelijk genoemd als randvoorwaarde voor technologische en economische weerbaarheid. Toch duurde het acht maanden voordat de Tweede Kamer hierover inhoudelijk debatteerde. Volgens critici bevestigt dit het gebrek aan politieke urgentie op het innovatiedossier.
Juist daarom is het positief dat het actieplan van minister Karremans gepaard gaat met een concrete routekaart. Verschillende maatregelen kunnen bovendien al op korte termijn en binnen bestaande middelen worden opgestart. Tegelijkertijd vereist de uitvoering een structurele koerswijziging en extra investeringen van zowel publieke als private partijen.
Hoe nu verder?
In aanloop naar Prinsjesdag en de verkiezingen zal blijken in hoeverre deze ambitie standhoudt tegenover andere politieke prioriteiten. Binnen de recent afgesproken 5% NAVO-norm mag 1.5% worden ingezet voor bredere uitgaven, waaronder ook investeringen in R&D en strategische innovaties die van cruciaal belang zijn voor het defensiedomein. De ruimte voor investeringen in R&D lijkt er dus te zijn, maar het benutten ervan vraagt politieke wil.
Considerati helpt organisaties die een verschil willen maken bij deze transitie: of het nu gaat om beleidsadvies, belangenbehartiging of strategische positionering in het veranderende technologische speelveld.
Onze diensten Contact