10/12/2025 – Sybrand Buma rondde zijn opdracht als informateur af zonder partijen echt in beweging te krijgen: de VVD mag aanhaken voor de volgende formatiefase, maar een stabiel meerderheidskabinet blijft momenteel ver weg. Door blokkades, vooral rond GroenLinks-PvdA, kiest Buma voor deze compacte kern om een akkoord te smeden. Hierdoor lijkt een minderheidskabinet een reëlere optie te worden. Maar hoe ziet een minderheidskabinet er precies uit, en wat is de impact hiervan op de Nederlandse politiek?
Buma’s eindverslag en de nieuwe route
In zijn eindadvies concludeerde Buma dat vooral D66, de VVD en het CDA voldoende gedeelde grond hebben om samen verder te onderhandelen op basis van de eerder gepresenteerde D66-CDA agenda. Ondanks het feit dat er genoeg aanknopingspunten waren in het tussenakkoord voor alle partijen (excl. de PVV) om samen te werken, bleek de blokkade van de VVD toch een te groot obstakel om GroenLinks-PvdA en de VVD samen aan tafel te krijgen.
Het gevolg is dat de formatie nu inhoudelijk verdiept wordt tussen drie partijen. Jesse Klaver trok na zijn gesprek met Buma maandagochtend al de conclusie dat Nederland afkoerst op een minderheidskabinet, en noemde een kabinet met maar 66 zetels een ‘heel riskant experiment’ dat de blokkade van de VVD beloont.
Hoe een minderheidskabinet werkt
Een minderheidskabinet bestaat uit één of meer regeringspartijen die samen géén meerderheid in de Tweede Kamer hebben en in de regel ook niet in de Eerste Kamer. In Nederland betekent dat dat een kabinet met minder dan 76 Tweede Kamerzetels permanent afhankelijk is van wisselende combinaties met oppositiepartijen om wetten en begrotingen aangenomen te krijgen. De VVD, het CDA, en D66 hebben samen 66 zetels.
In de praktijk dwingt dit model de regering om vooraf steun te zoeken, soms via structurele gedoogafspraken en soms via losse deals per thema. Bestaande voorbeelden, zoals Rutte I met gedoogsteun van de PVV, laten zien dat zo’n constructie kan werken, maar ook kwetsbaar is zodra een gedoogpartner zich terugtrekt. Het laatste minderheidskabinet zonder gedoogafspraken, kabinet-Colijn V, hield het in 1939 maar twee dagen vol.
Wat dit betekent voor beleid in Nederland
Voor Nederland betekent een minderheidskabinet dat grote keuzes – over begrotingskoers, klimaat, migratie, zorg en defensie – nog minder automatisch langs coalitielijnen lopen. De drie regeringspartijen zullen per dossier moeten kijken met wie zij een stabiele meerderheid kunnen vormen, bijvoorbeeld met JA21 op migratie, of met GroenLinks-PvdA op klimaat.
Dat biedt inhoudelijke ruimte: de kernagenda van D66, VVD en CDA kan scherper en coherenter zijn dan een bredere vier- of vijfpartijencoalitie, omdat er minder compromissen in het regeerakkoord hoeven te worden dichtgetimmerd. Maar het betekent ook dat elk groot dossier een eigen “formatie in het klein wordt”, met risico op vertraging en op plotselinge koerswissels als steun uit de Kamer wegvalt.
Wat de wens van de politieke partijen zelf is, is nog onduidelijk. Vorige week lieten ChristenUnie en 50PLUS tegenover Nieuwsuur weten open te staan om regeringsplannen selectief te steunen. Kleinere oppositiepartijen kunnen mogelijk in een minderheidsconstructie op specifieke dossiers doorslaggevend zijn en zich zo inhoudelijk profileren met een verkleind risico op zetelverlies.
GroenLinks-PvdA en JA21 hebben aangegeven geen gedoogsteun aan een minderheidskabinet met de VVD, het CDA en D66 te geven, maar wel individuele plannen te willen steunen waar de partijen akkoord mee zijn. Al met al is de formatie nog verre van afgerond. Aan D66-informateur Rianne Letschert de taak om het proces verder te leiden richting een nieuw kabinet.
Meer weten? Neem contact op of stuur een direct een bericht aan Judith de Lange (delange@considerati.com).
Onze diensten Contact