Sinds 1 januari 2019 zijn de aangepaste Wet politiegegevens (Wpg) en Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) van kracht. Deze wetten zijn samen met de daaronder vallende besluiten de Nederlandse implementatie van de Europese richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging (EU) 2016/680. De doorgevoerde aanpassingen in de Wpg hebben onder andere gevolgen voor het regime waar de verwerking van persoonsgegevens door buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) onder vallen.

BOA’s kunnen meerdere taken en bevoegdheden hebben waarbij rekening moet worden gehouden met verschillende wet- en regelgeving. In het kader van de verwerking van persoonsgegevens door BOA’s kunnen twee regimes van toepassing zijn. Voorheen vielen de verwerkingen van persoonsgegevens door BOA’s altijd onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), maar door aanpassingen in de Wpg kan nu ook de Wpg van toepassing zijn. In de Wpg en het bijbehorende besluit voor BOA’s - het Besluit politiegegevens voor buitengewoon opsporingsambtenaren (BpgBoa) - staat dat de Wpg van toepassing is op gegevensverwerkingen door BOA’s voor de uitvoering van hun opsporingstaak. Het gaat om de opsporing van strafbare feiten die in een akte van opsporingsbevoegdheid of in een aanwijzing zijn opgelegd aan de BOA.

Het is belangrijk dat de BOA weet welk regime van toepassing is om onrechtmatige gegevensverwerking te voorkomen. Er is namelijk een groot verschil tussen de verwerking van persoonsgegevens onder de AVG en voor de verwerking van politiegegevens onder de Wpg. Politiegegevens mogen bijvoorbeeld alleen voor specifieke doeleinden worden verwerkt die in de Wpg staan omschreven. Daarnaast zijn BOA ‘s bij de verstrekking van politiegegevens gehouden aan het strenge ‘gesloten verstrekkingsregime’ van de Wpg. Dit betekent dat politiegegevens uitsluitend mogen worden verstrekt wanneer dit mogelijk is op basis van een wettelijke bepaling in de Wpg en de bijbehorende besluiten. De ontvanger van de politiegegevens is daarnaast onderworpen aan de geheimhoudingsplicht uit de Wpg. Daarnaast geldt voor BOA’s een plicht om politiegegevens ter beschikking te stellen binnen het politiedomein.  

Tevens is in de Wpg een verplichting opgenomen voor organisaties die politiegegevens verwerken om een functionaris voor gegevensbescherming (FG) te benoemen. De vereisten die worden gesteld ten aanzien van een FG onder de Wpg zijn nagenoeg vergelijkbaar als de vereisten die de AVG kent. Dit betekent onder andere dat de FG over kennis van de relevante wet- en regelgeving dient te beschikken. Wanneer een organisatie BOA’s in dienst heeft, dan dient de FG – naast kennis over de AVG en de Nederlandse Uitvoeringswet op de AVG (UAVG) – dus ook kennis te hebben van de Wpg, het bijbehorende Besluit politiegegevens (Bpg) en het BpgBoa.

 Wanneer men - zowel de BOA’s zelf als de FG van de organisatie - niet over de juiste kennis beschikt, is de kans op onrechtmatige gegevensverwerkingen groter. Ook ten aanzien van de Wpg heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) de bevoegdheid om een bestuurlijke boete of een last onder bestuursdwang op te leggen.

Bent u BOA of de FG van een organisatie met BOA’s in dienst, dan dient u dus kennis van de Wpg en de bijbehorende besluiten te hebben. Voorkom dat uw organisatie niet voldoet aan de vereisten en volg onze nieuwe cursus “Privacy voor BOA’s”.

Heeft u andere vragen over de Wpg of wilt u meer informatie neem dan contact met ons op. Zie voor meer informatie over de cursus: www.considerati-academy.nl

 

Romy ter Beek Juridisch Adviseur

Neem direct contact op

Neem contact met me op