10-10-2025 Het is weer verkiezingstijd, dus dat betekent dat je weer wordt platgegooid met peilingen. Je kan geen krant openslaan zonder grafieken vol rode en blauwe balkjes, op straat staat er altijd wel een journalist klaar die jou als ‘gewone Nederlander’ vraagt waarom Dilan Yeşilgöz zo slecht scoort, en op tv schuift Gijs Rademakers zo vaak aan dat je hem bijna als een huisgenoot gaat beschouwen. Leuk al die peilingen, maar wat zeggen ze nou eigenlijk? En kun je er stiekem al uit afleiden wie straks het Torentje binnenloopt?
Voorspellende waarde van peilingen
Peilingen zijn steekproeven: ze meten op wie mensen zeggen te stemmen als er nú verkiezingen zouden zijn. Officieel zijn ze dus geen voorspelling. Toch worden ze vaak zo gelezen – en niet helemaal onterecht. Slotpeilingen zitten meestal dicht bij de uiteindelijke uitslag, vaak maar één zetel verschil.
Maar soms gaat het goed mis. In 2023 kreeg de PVV in de slotpeiling 28 zetels, maar eindigde op 37. D66 pakte twee jaar daarvoor dankzij het ‘Kaag-effect’ vijf zetels meer dan gepeild, en in 2017 won de VVD zes zetels meer. Slotpeilingen zijn dus geen glazen bol, maar ze pikken wél trends goed op. Zo zagen ze twee jaar geleden dat de PVV in de lift zat, ook al werd de uitslag onderschat. En ook in 2012 signaleerden de peilingen al feilloos de opmars van PvdA en VVD, ook al kwamen beide partijen hoger uit dan ‘voorspeld’.
Het bandwagoneffect
Vaak zorgen peilingen er in de laatste dagen voor dat partijen nog extra worden opgestuwd. Kiezers reageren namelijk sterk op trends: sommigen kiezen liever voor een partij die duidelijk aan het winnen is - het bandwagoneffect-, terwijl anderen juist stemmen om te voorkomen dat een bepaalde tegenstander wint – waardoor er een tweestrijd ontstaat. Omdat bijna de helft van de kiezers pas in de laatste week beslist, kan zo’n trend bepalend zijn voor de uitslag. Peilingen versterken die bewegingen dus zelf. In landen als Frankrijk, Griekenland en Portugal is het daarom verboden om in de slotweek nog peilingen te publiceren.
Kortom, peilingen zijn palingen: niet te vangen, maar wel een goede graadmeter voor de richting. Let vooral in de laatste week op de beweging: die trend zegt vaak meer dan het zetelaantal zelf. Zo kan jij op 29 oktober, om klokslag 21.00, als er weer een bizarre exitpoll op het scherm verschijnt, zelfvoldaan tegen je partner zeggen dat je het ‘allang’ zag aankomen.