Wat is de laatste stand van zaken?

Eind mei publiceerde Politico een rapport van het Centre for Data Ethics and Innovation over gezichtsherkenningstechnologie (hierna: ‘GHT’). In het rapport wordt gesproken over de verschillende toepassingen en de voordelen van GHT, maar staat ook het beheersbaar houden van deze technologie centraal. Wat opvalt is dat er gesproken wordt over het opstellen van nieuwe wetgeving om GHT te reguleren, terwijl de huidige wet- en regelgeving binnen de Europese Unie al behoorlijk wat richtlijnen meegeeft voor de verantwoorde inzet van GHT. In deze blog bespreek ik een aantal (nieuwe) toepassingen van GHT, bezwaren tegen GHT en de laatste ontwikkelingen in het vakgebied die bijdragen aan het beheersen daarvan. 

Toepassingen van gezichtsherkenningstechnologie en bezwaren tegen gezichtsherkenningstechnologie

GHT is voor steeds meer organisaties een nuttig middel om hun doelen te realiseren. Via GHT krijgen gebruikers eenvoudig en snel toegang tot hun smartphone en (betaal)apps, in sommige winkels worden pilots gedraaid waarmee klanten door middel van GHT hun producten kunnen afrekenen en GHT blijkt een gemakkelijke en betrouwbare manier om toegang tot bepaalde plekken of gebouwen, zoals luchthavens en stadions, te reguleren. In het licht van de recente pandemie wordt zelfs nagedacht over het koppelen van GHT aan thermische camera’s of medische data om zo het verspreiden van het coronavirus tegen te gaan.

Het nut van deze toepassingen gaat terecht vaak gepaard met grote zorgen over de privacy van gebruikers, vooral wanneer GHT live gebruikt wordt in publieke ruimten. Er bestaan zorgen over bias en ongelijke behandeling; wanneer het systeem bepaalde demografische groepen stelselmatig inaccuraat duidt of nadelig behandelt. Bovendien krijgen organisaties die GHT inzetten om toezicht te houden in de publieke ruimte soms disproportioneel veel macht, waardoor er mass surveillance-achtige praktijken kunnen ontstaan en mogelijk fundamentele vrijheden zoals vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging worden beperkt. Wanneer mensen voortdurend in de gaten worden gehouden, durven zij bijvoorbeeld mogelijk niet meer deel te nemen aan bepaalde demonstraties. Daarnaast heeft het verwerken van unieke lichaamseigen kenmerken (biometrie, waaronder GHT) een permanent karakter; wanneer je ‘gezicht’ in verkeerde handen valt kun je niet zomaar een nieuw gezicht nemen, terwijl bij een verloren creditcard de kaart wordt geblokkeerd en een nieuwe wordt aangevraagd.

Ontwikkelingen op het gebied van regulering

GHT wordt momenteel beheerst door verschillende wet- en regelgeving, waarvan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (‘AVG’) en de Nederlandse Uitvoeringswet AVG (‘UAVG’) het belangrijkst zijn. In principe is het verboden om GHT te gebruiken met het oog op de unieke identificatie van een persoon. GHT kan alleen rechtmatig worden ingezet wanneer daar zowel een uitzonderingsgrond als één van de zes grondslagen uit de AVG voor aan te wijzen is. Voor het verwerken van biometrie zijn de uitzonderingsgronden ‘uitdrukkelijke toestemming’ en ‘noodzakelijk vanwege een zwaarwegend algemeen belang’ het meest relevant. Die tweede uitzonderingsgrond wordt nader uitgewerkt in de UAVG. In de UAVG wordt aanvullend gesteld dat er een uitzonderingsgrond voor het verwerken van biometrie (waaronder GHT) bestaat wanneer het ‘noodzakelijk is voor beveiligings- of authenticatiedoeleinden’, zoals bij het beveiligen van een kerncentrale. In dat geval is het vanzelfsprekend zeer belangrijk dat alleen personen toegang krijgen tot de kerncentrale die daar ook echt behoren te zijn. In de praktijk blijkt er veel onduidelijkheid te bestaan bij organisaties over wanneer die uitzonderingsgrond nog meer kan worden gebruikt. Is bijvoorbeeld een datacenter, bank of laboratorium ook een plek waarbij het gebruik van GHT noodzakelijk kan zijn voor beveiligingsdoeleinden?

Mede vanwege die onduidelijkheid is de wetgever bezig met het verbeteren van bepaalde punten in de UAVG. Eind mei is de internetconsultatie van deze herziene UAVG gestart. Indien de nieuwe tekst van de UAVG ongewijzigd blijft, is de nieuwe uitzonderingsgrond om GHT te verwerken ‘omwille van beveiligingsdoeleinden en slechts voor zover dit noodzakelijk is vanwege een algemeen zwaarwegend belang van rechtmatige toegang tot bepaalde plaatsen, gebouwen, diensten, producten, informatiesystemen of werkprocessystemen’. Door deze wijziging wordt nog duidelijker dat de beveiligingsdoeleinden altijd samen moeten vallen met het dienen van een zwaarwegend algemeen belang. Daarbij hoeft de beveiliging niet slechts te zien op plekken of gebouwen, maar kan de beveiliging ook zien op (computer)systemen of producten. Daarnaast worden er in de Memorie van Toelichting bij de nieuwe UAVG wat meer voorbeelden genoemd van wanneer het noodzakelijk kan zijn biometrie toe te passen, zoals ter bescherming van de volksgezondheid, het voorkomen van milieuschade, of het beveiligen van vitale processen. Het moet in ieder geval gaan om een belang dat uitstijgt boven normale organisatiebelangen zoals efficiëntie- of kostenoverwegingen. 

Ook de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft recentelijk verschillende uitlatingen gedaan die duidelijkheid scheppen over de rechtmatigheid en het beheersen van bovenstaande toepassingen. Zo is het niet mogelijk om GHT te gebruiken in een werkgever-werknemer relatie zonder daarbij, geheel zonder consequenties, een passend alternatief aan te bieden. Een voorbeeld van zo’n passend alternatief is bijvoorbeeld het gebruik van inloggegevens of een access tag. Daarnaast kan uit de uitlatingen van de AP worden afgeleid dat het koppelen van thermische camera’s of medische data aan GHT enkel kan op basis van uitdrukkelijke toestemming.

Desondanks bestaat er (een internationale) discussie over het ontwikkelen van nieuwe, specifieke wetgeving voor GHT. Het permanente karakter van het verwerken van unieke lichaamseigen kenmerken en de angst voor machtsongelijkheid en mass surveillance leveren volgens sommigen zulke unieke privacyrisico’s op dat nieuwe wetgeving noodzakelijk is. Of dat ook echt gaat gebeuren is voorlopig onduidelijk. Voor nu moeten we het in ieder geval doen met de (behoorlijk specifieke) kaders die voortvloeien uit de AVG, de UAVG en de richtlijnen van de AP.

Jules van Stralendorff Legal Consultant

Ervaring op het gebied van GHT

Zowel de ontwikkeling van de technologie als de ontwikkelingen in het vakgebied gaan in een hoog tempo door. Voor organisaties die gebruik wensen te maken van GHT kan dit soms erg complex zijn. Considerati heeft veel ervaring op het gebied van GHT en andere vormen van biometrie en staat u graag bij om deze technologie op een verantwoorde en rechtmatige manier uit te rollen. Neem voor vragen vrijblijvend contact met ons op!

Contact