10/02/'21 - Op 12 januari heeft de Eerste Kamer ingestemd met het plan voor een Nationaal Groeifonds. De eerste projecten die mogelijk in aanmerking komen voor dit fonds, worden op dit moment beoordeeld. Het Nationaal Groeifonds stelt 20 miljard euro beschikbaar voor innovatieve projecten die het toekomstige verdienvermogen van Nederland vergroten. Dit fonds laat zien dat er toenemende aandacht is voor dit onderwerp in politiek Den Haag. Een blik op de verkiezingsprogramma’s voorspelt dat dit nog wel even zo zal blijven en dat het nieuwe kabinet ambitieuze innovatieplannen zal gaan doorvoeren
Hoewel de meeste partijen het belang van innovatie erkennen, leggen ze verschillende accenten en gaat het er in de coalitieonderhandelingen om spannen waar de nadruk op wordt gelegd in het regeerakkoord. In dit blog worden de standpunten van verschillende partijen die belangrijk gaan zijn bij de volgende kabinetsformatie geanalyseerd.
Waar moet het terecht komen?
Wanneer je de partijprogramma’s van VVD, CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks, PvdA en de SP doorlicht, blijkt dat ze het erover eens zijn dat innovatiegelden vooral bij het MKB terecht dienen te komen. Naast bestaande MKB-bedrijven ligt de nadruk vooral op start-ups als waardevolle speler. Een ander speerpunt waar overeenstemming over is, is het versterken van de samenwerking tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid: de zogenoemde ecosystemen.
De VVD en het CDA leggen de focus op ecosystemen waar innovaties in sleuteltechnologieën worden ontwikkeld, om de economie een boost te geven en het Nederlands verdienvermogen veilig te stellen. De VVD heeft het voornemen om daarnaast een nationaal groeiakkoord tot stand te brengen, waarin werkgevers, werknemers, de overheid én verschillende kennisinstellingen gezamenlijk een groeiagenda opstellen. Het CDA wil dat de overheid zich vooral dienstbaar opstelt en belemmeringen wegneemt voor ondernemers om aanspraak te maken op bestaande innovatiegelden.
Innovatie en klimaat
Tegenover de VVD en het CDA staat een groep van progressieve partijen: D66, ChristenUnie, GroenLinks en de PvdA. Deze partijen erkennen net als de VVD en het CDA het belang van innovatie voor economisch herstel, maar vinden het net zo belangrijk dat innovatie kan helpen bij het oplossen van duurzaamheidsvraagstukken. De bijdrage van innovatie aan een duurzame toekomst is een terugkerend thema in de programma’s van deze partijen. Ze zijn voorstander van groene investeringen die, zo staat in het PvdA-programma, “de positie van de mens en planeet” als prioriteit hebben en niet het verdienvermogen van het bedrijfsleven. GroenLinks gaat hierin nog een stap verder en is voornemens een “Klimaatfonds” van 60 miljard op te richten en dit geld gericht uit te geven aan innovatieve projecten die een bijdrage leveren aan het oplossen van de klimaatcrisis en die niet uitsluitend winstgevend zijn. Ook de SP ziet het belang van innovatieve, duurzame oplossingen, al legt het hierop wat minder de nadruk. Deze partij wil een nationale investeringsbank oprichten om deze projecten gefinancierd te krijgen.
Hoe nu verder?
Een dwarsdoorsnede van de verkiezingsprogramma’s leert dat er consensus is dat innovatie, met name in het MKB en start-ups een belangrijk punt is de komende vier jaar. Desalniettemin zijn niet alle partijen het eens over de focus van innovatie: aan de ene kant het herstel van de economie en het vergroten van het verdienvermogen van bedrijven, en aan de andere kant het oplossen van groene vraagstukken.
Op 17 maart vinden de Tweede Kamerverkiezingen plaats, waarna er onderhandeld zal worden over een nieuwe coalitie. Nu er zo hoog wordt ingezet op innovatie, zijn politici het aan hun achterban verplicht om ook te leveren. Kortom, hóe de innovatieparagraaf in het regeerakkoord precies eruit zal zien, moet nog duidelijk worden, maar dát innovatie een speerpunt is voor het volgende kabinet staat als een paal boven water.