Start-ups, internetplatforms en de gevestigde belangenbehartigers

Terug naar articles

26 november, 2015

Bart Pegge

Nederland polderland. De consensuscultuur heeft Nederland veel stabiliteit en economische groei gebracht. Voorbeelden zijn de afspraken tussen vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers over cao’s en het beheer van pensioenfondsen en over landelijke sociaaleconomische kaders zoals bij het sociaal akkoord in 2013.

In de kracht van dit consensusmodel schuilt echter ook een risico. Het zorgt ervoor dat bestaande belangen (vakbonden, brancheverenigingen) goed vertegenwoordigd aan tafel zitten, ook als het gaat over innovaties en nieuwe technologische ontwikkelingen. Bedrijven uit de nieuwe economie die niet in bestaande netwerken aangesloten zijn, hebben geen natuurlijk kanaal om zichzelf te laten horen. De deur in Den Haag staat altijd open voor deze groep, maar internetbedrijven zijn minder bezig met de Haagse ontwikkelingen en staan nog niet in de contactlijsten van beleidsmakers. Zo kan het dus gebeuren dat in beleidsdiscussies over disruptieve internetdiensten, vooral de gevestigde economie zichzelf laat horen.

Afgelopen vrijdag lanceerden VNO-NCW en MKB-Nederland – de ondernemerskoepels van Nederland – hun actieagenda voor start-ups. Het is goed nieuws dat de belangen van bedrijven uit de nieuwe economie nu ook standaard worden behartigd door de machtigste lobbyist van Nederland.

Er bestaat geen twijfel over dat verenigingen als VNO-NCW zich hard kunnen maken voor de belangen van startende ondernemingen. De actieagenda richt zich op financiering, ondernemerschap in het onderwijs, kennismigratie en innovatief inkopen door de overheid. Thema’s die zowel voor start-ups in de nieuwe economie als voor gevestigde bedrijven zeer belangrijk zijn.

En toch roept dit ook wel de vraag op of de belangen van technologie- of internetbedrijven (start-ups en scale-ups) altijd goed gehoord zullen worden. Deze bedrijven komen met nieuwe producten en diensten, bieden diensten op vernieuwende manier aan en introduceren nieuwe business modellen. Ze brengen de innovatie naar gevestigde ondernemingen maar zorgen ook voor verstoring van de gevestigde orde (disruptie!).

VNO-NCW schrijft in haar actieplan dat start-ups lid moeten worden van brancheverenigingen. De kruisbestuiving die dat kan opleveren, kan voor veel mooie resultaten zorgen. Maar het wringt wel, want veel discussies over disruptieve internetbedrijven gaan over de bestaande belangen (van huidige branches) die ze uitdagen en over het hokje waarin deze bedrijven passen. Is Uber een innovatief taxibedrijf of een technologiebedrijf dat een platform biedt voor het vervoer van personen?

Innovatie levert frictie op. Niet alleen met gevestigde partijen in de markt maar ook met de wijze waarop het overleg hierover georganiseerd is. Het concept van sectorale vertegenwoordiging dwingt internetplatformen in hokjes waarin ze nooit goed zullen passen. Internetplatforms brengen vraag en aanbod binnen en tussen sectoren op nieuwe manieren samen. Maar dat maakt die bedrijven niet meteen onderdeel van een bepaalde sector.

De horecasector riep met de komst van het Nederlandse Air Drink & Dine (AirDnD), deze zomer gelanceerd, dat dit platform leidt tot oneerlijke concurrentie. Mag je van AirDnD verwachten dat het zich laat vertegenwoordigen door Koninklijke Horeca Nederland?

Considerati20150514_-Bart_Pegge0009
Bart Pegge

Director Public Affairs practice

Gerelateerde blogs

Op de hoogte blijven?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Zie ons privacy statement.