Richtlijn consumentenovereenkomsten voor de levering van digitale inhoud

Terug naar articles

24 maart, 2016

Uitholling hosting-immunity? | Considerati

Op 9 december 2015 heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en het richtlijn-voorstel voor de online-verkoop van goederen. Met deze twee nieuwe richtlijnen wordt weer een stap verdergezet in de richting van een volledige ‘Digital Single Market’ voor ondernemers en consumenten in de EU.

Het is goed om stil te staan bij de richtlijn voor overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud. Het algemeen doel van het voorstel is om bij te dragen tot een snellere groei van de ‘Digital Single Market’, ten behoeve van zowel consumenten als bedrijven. Deze richtlijn beoogt het vertrouwen van de consument te vergroten door ervoor te zorgen dat er uniforme regels zijn met duidelijke consumentenrechten bij online aankopen. De reikwijdte van de richtlijn is echter nog onduidelijk, terwijl de verplichtingen voor aanbieders wel groot lijken te zijn.

Digitale inhoud wordt omschreven als:

a)    gegevens die in de digitale vorm geproduceerd en geleverd worden, zoals video, audio, digitale games en alle andere software;
b)   diensten die de totstandkoming, verwerking of opslag van gegevens in digitale vorm die door andere gebruikers van de dienst worden verstrekt mogelijk maken;
c)    diensten die het delen van gegevens en alle andere interactie van gegevens in digitale vorm die door andere gebruikers van de dienst worden verstrekt mogelijk maken.

De richtlijn is niet van toepassing op digitale inhoud die zodanig in een goed is verwerkt dat deze niet redelijkerwijze te scheiden zijn.

De ontwerprichtlijn roept een aantal vragen op die gaan over de reikwijdte van het voorstel. Zo is er voorzien in een omkering van de bewijslast die potentieel veel werk voor leveranciers met zich meebrengt. Zeker als hiernaar wordt gekeken in combinatie met het begrip ‘gebrek’. Indien er op een platform digitale inhoud van derden wordt getoond, dan is het platform mogelijk dus aansprakelijk.

Er zijn een aantal bepalingen in de richtlijn die vragen oproepen. Zo is de leverancier van het digitale goed verantwoordelijk voor gebreken. Echter, de reikwijdte van het begrip gebrek kan heel breed worden geïnterpreteerd en het is dus de vraag wat precies een gebrek inhoudt. Daarnaast zal de bewijslast zwaarder worden voor veel bedrijven. Indien een geschil zich voordoet tussen de gebruiker en de leverancier, ligt de bewijslast namelijk bij de leverancier volgens deze richtlijn. Verder mag de gebruiker de overeenkomst beëindigen als een wijziging in het product negatief uitvalt voor de gebruiker. Daarbij is het de vraag wie bepaalt of de wijziging negatief is. Dit zijn een aantal bepalingen in de richtlijn die nog onduidelijk zijn en die veel vragen oproepen.

, ,

Gerelateerde blogs

De toekomst van profiling in de Algemene Verordening Gegevensbescherming

Zoals minister Kamp schetst in zijn brief naar de Tweede Kamer op 20 juli jl. blijkt er nog veel...

Lees meer

Human hands around the world with fingerprints

Mededinging: Geoblocking wijdverbreide e-commercepraktijk in hele EU

Vorige week presenteerde DG COMP het issue paper “Geo-blocking practices in e-commerce. Issues...

Lees meer

Op de hoogte blijven?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Zie ons privacy statement.