Rechter oordeelt over proportionaliteit bewaartermijnen historisch meldingenarchief jeugdigen

Terug naar articles

27 november, 2014

De Rechtbank Rotterdam oordeelt dat een bewaartermijn van vijf jaar voor meldingen over jeugdigen in het historisch meldingenarchief niet in alle gevallen proportioneel is. De Rechtbank kijkt daarbij naar de omstandigheden van het geval, het risico voor de jeugdige en de proportionaliteit van de gegevensverwerking.

Als een hulp- of zorgverlenende instantie zoals politie of Jeugdzorg een vermoeden heeft dat een jeugdige (personen tot 23 jaar) zorg of ondersteuning nodig heeft, vanwege bijvoorbeeld een instabiele gezinssituatie, kan er een melding worden gemaakt in de Verwijsindex Risicojongeren, een landelijk elektronisch systeem waar persoonsgegevens in worden opgeslagen. Het doel van de Verwijsindex is het bewerkstelligen van vroegtijdige en onderlinge afstemming tussen instanties zoals Politie en Jeugdzorg, om zo optimale hulp- en zorgverlening te kunnen bieden. Aan de Verwijsindex is ook het historisch meldingenarchief gekoppeld. In dit elektronische systeem worden de meldingen die verwijderd zijn uit de Verwijsindex opgeslagen. Het doel van het historisch meldingenarchief is het ondersteunen van eventuele verdere bijsturing of hulp- en zorgverlening aan de jeugdige.

In zulke elektronische systemen worden (bijzondere) persoonsgegevens over de jeugdige opgeslagen. Naast de specifieke bepalingen omtrent de Verwijsindex en het historisch meldingenarchief in de Wet op de jeugdzorg, is ook de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing op het gebruik van de Verwijsindex en het historisch meldingenarchief. Dit houdt in dat bij het verwerken van persoonsgegevens in lijn moet worden gehandeld met de Wbp. Zo moet bijvoorbeeld het doel voor de verwerking vooraf zijn vastgesteld, moet er een rechtmatige grondslag zijn voor de verwerking, moet de verwerking gemeld worden bij het College bescherming persoonsgegevens en moet de jeugdige en/of diens wettelijke vertegenwoordigers worden geïnformeerd over de verwerking. Daarnaast is het van belang dat gegevens niet langer worden bewaard dan noodzakelijk; er moeten dus bewaartermijnen voor de gegevens worden vastgesteld.

Het ging in deze zaak om de bewaartermijn van meldingen in het historisch meldingenarchief. Op basis van de Wet op de jeugdzorg worden meldingen in dit systeem verwijderd als de jeugdige 23 jaar is, overleden is en anders na vijf jaar. Afgelopen september heeft de Rechtbank Rotterdam geoordeeld dat in het onderhavige geval een bewaartermijn van vijf jaar in het historisch meldingenarchief niet proportioneel is en heeft opgedragen om de meldingen over de betreffende jeugdige te verwijderen. De Rechtbank heeft hierbij de volgende zaken overwogen:

  • Hebben de instanties melding gemaakt van hetzelfde feitencomplex?
  • Bestaat het aanvankelijk vermoedde risico voor de jeugdige nog steeds?

Ondanks dat het historisch meldingenarchief niet raadpleegbaar is, maar alleen de melding laat zien als er een nieuwe melding in de Verwijsindex wordt gemaakt, oordeelt de Rechtbank dat er nog steeds een inbreuk is op het privé- en gezinsleven van de jeugdige. Om te oordelen of de opname in het historisch meldingenarchief, gerechtvaardigd is, maakt de Rechtbank een belangenafweging waarbij wordt beoordeeld of de opname in het archief proportioneel is. De Rechtbank concludeert op basis van deze belangenafweging dat een opname van twee jaar in het historisch meldingenarchief in deze zaak voldoende is geweest en draagt op om de gegevens over de jeugdige te verwijderen uit het historisch meldingenarchief.

Deze uitspraak laat zien dat de balans tussen het belang van degene die persoonsgegevens verwerkt en het privacy belang van de betrokkene vaak moeilijk is vast te stellen.

Bronnen: Rechtspraak.nl 

Gerelateerde blogs

Op de hoogte blijven?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Zie ons privacy statement.