Masterstudent Sophie van Logtestijn winnaar Considerati Privacy Scriptieprijs 2016

Terug naar articles

17 oktober, 2016

Sophie van Logtestijn winnaar Considerati Privacy Scriptieprijs 2016

Elk jaar looft Considerati de Considerati Privacy Scriptieprijs uit voor de beste juridische masterscriptie op het gebied van privacy en gegevensbescherming. Deze scriptieprijs is door Considerati in het leven geroepen om innovatie en onderzoek op het gebied van privacy te stimuleren en om jong talent een kans te geven hun ideeën onder de aandacht te brengen van een groter publiek. Sophie van Logtestijn heeft met haar masterscriptie ‘Privacy & Pakketbezorging per drone‘ de Considerati Privacy Scriptieprijs 2016 in de wacht gesleept. De scriptie gaat over de doorwerking van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) in het Nederlandse schadevergoedingsrecht tegen de achtergrond van een casus over commerciële pakketbezorging per drone. Sophie heeft met haar masterscriptie de meeste indruk gemaakt op de jury, vanwege de combinatie die zij heeft gemaakt tussen privacy en aansprakelijkheidsrecht. Hieronder meer over de winnende masterscriptie van Sophie.

Privacy & Pakketbezorging per drone

De onvolledige doorwerking van artikel 8 EVRM

Tegen de achtergrond van een actuele casus laat Sophie zien dat er wèl sprake kan zijn van een inbreuk op artikel 8 EVRM, maar dat een direct en indirect beroep op dit artikel niet zorgt voor een remedie in de vorm van een schadevergoeding of verbod. De probleemstelling van deze masterscriptie luidt als volgt: ‘Is het wenselijk dat een derde wegens een inbreuk op de privacy door commerciële pakketbezorging per drone een vergoeding kan verkrijgen?’. Deze vraag is beoordeeld in het licht van:

  • Artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens;
  • Artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek; en
  • Het leerstuk van de fundamentele rechtsschending (Emaus 2013).

De gevolgen van een direct beroep op artikel 8 EVRM

In het eerste hoofdstuk wordt een heldere casus geschetst waarin een pakket per drone wordt bezorgd bij een consument. Een direct omwonende zegt naar aanleiding van het zien en horen van de drone vlakbij zijn woonhuis psychische schade te hebben geleden. Deze immateriële schade komt voort uit het ongewisse waar de omwonende in verkeerde doordat hij niet kon inschatten of de drone een camera bij zich droeg op het moment van bezorgen waarmee de omwonende mogelijk in beeld is gebracht. Daarnaast wordt het zoemende geluid van de drone als zeer storend ervaren. De omwonende beroept zich op de verstoring van zijn woongenot en de redelijke verwachting van zijn privacy en eist in rechte een vergoeding voor het psychisch onbehagen en de daaruit ontstane psychische klachten. Aan de hand van deze casus en daarbij aansluitende jurisprudentie wordt geconstateerd dat er inbreuk is gemaakt op het recht op respect voor zijn privéleven, zoals volgt uit artikel 8 EVRM. Er is echter geen rechtspraak van het EHRM en/of nationale rechters bekend waarbij in horizontale verhoudingen een schadevergoeding voor immateriële schade werd toegekend op basis van een direct beroep op artikel 8 EVRM. Voor een schadevergoeding zal de omwonende aansluiting moeten vinden bij nationale wetgeving, zoals artikel 6:162 BW (de onrechtmatige daad).

De gevolgen van een indirect beroep op artikel 8 EVRM

Door invulling van artikel 8 EVRM in de civielrechtelijke open norm van de onrechtmatige daad wordt de nationale rechter verzocht om uitspraak te doen over het toekennen van een schadevergoeding of het opleggen van een verbod. Uit de geschetste casus blijkt dat niet kan worden voldaan aan het criterium ‘schade’, zoals volgt uit artikel 6:162 BW en bijbehorende jurisprudentie, en derhalve zal een beroep op de onrechtmatige daad niet slagen. Hierdoor ontstaat een onwenselijke situatie waarbij wel geconcludeerd is dat er sprake is van een inbreuk op het fundamentele recht van Coen dat volgt uit artikel 8 EVRM, maar geen remedie in de zin van een schadevergoeding of verbod tot het instrumentarium van de rechter behoort. Een oplossing voor deze ongelukkige uitkomst is de introductie van de rechtsfiguur van Emaus: de fundamentele rechtsschending. 

De oplossing: toepassing van de fundamentele rechtsschending

Een introductie van de zelfstandige aan de onrechtmatige daad verwante rechtsfiguur van Jessy Emaus kan ervoor zorgen dat het fundamentele recht van een derde in de horizontale verhouding kan worden gehandhaafd. De fundamentele rechtsschending gaat namelijk niet uit van het begrip ‘schade’, maar geeft een recht op genoegdoening in de vorm van een verklaring voor recht, een verbod of gebod en/of een geldsom. Bij de beoordeling van de hoogte van de geldsom kan de rechter aansluiting zoeken bij vergelijkbare gevallen.

Sophie, van harte gefeliciteerd! Lees hier de gehele scriptie van S.A.M. van Logtestijn, Privacy & Pakketbezorging per drone, (masterscriptie Universiteit van Amsterdam), Amsterdam: 2016.

Considerati_Tess
Tess Vonk

Paralegal

Gerelateerde blogs

Op de hoogte blijven?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Zie ons privacy statement.