De economische waarde van persoonsgevens: een nieuwe bladzijde in het mededingingsrecht

Terug naar articles

18 maart, 2016

hires

Er is een bal gaan rollen in het mededingingsrecht binnen de Europese Unie. Slechts enkele dagen nadat de Duitse Bundeskartellamt aankondigde om de bevoegdheden onder het mededingingsrecht in te zetten tegen bedrijven die ervan worden verdacht de persoonsgegevensbeschermingsregels te schenden, publiceerde POLITICO dat de Europese Commissie overweegt om haar bevoegdheid tot het beoordelen van bedrijfsovernames te verbreden. De Europese Commissie wil onder andere ‘data-driven companies’, bedrijven waarin het gebruik van informatie en persoonsgegevens een belangrijke rol speelt, beter vangen onder het mededingingsrecht.

De Eurocommissaris voor mededinging, Margrethe Vestager, heeft aangegeven bezorgd te zijn over het feit dat recente grote bedrijfsovernames, zoals die van Facebook en Whatsapp, strikt juridisch niet hoefden te worden goedgekeurd door de Europese Commissie, ondanks het hoge bod van $19 miljard en de grote gebruikersaantallen van deze diensten. De Commissie heeft Facebook/Whatsapp weliswaar onderzocht (en goedgekeurd), maar dit was enkel omdat nationale mededingingsautoriteiten hierom hadden verzocht.

Vestager gaf aan dat het tegenwoordig niet enkel meer de omzet van een onderneming is die het een aantrekkelijk partner maakt of die invloed heeft op de mededinging. Het totaal aan middelen van een onderneming, inclusief zaken als het gebruikersnetwerk en de dataset die daaruit voortvloeit, kunnen daarbij ook een belangrijke rol spelen. De uitspraak van Eurocommissaris Vestager kan een eerste indicatie zijn dat de Europese Commissie een nieuwe bladzijde wil omslaan in het mededingingsrecht en meer te gaan kijken naar de daadwerkelijke economische waarde van persoonsgegevens.

De Commissie heeft echter niet altijd zoveel oog gehad voor de rol persoonsgegevens als een bezit of middel binnen een bedrijf. In haar overnamebesluiten is de Commissie altijd terughoudend geweest om persoonsgegevens überhaupt als een relevante factor te zien. Dit ondanks het feit dat de rol van persoonsgegevens, zeker op de digitale markten, steeds verder toeneemt. De Commissie heeft bijvoorbeeld gesteld dat de grootte van een klantennetwerk en de bijbehorende dataset geen relevante factor is voor het beoordelen van de dominantie van een bedrijf of de markt, tenzij dit ervoor zorgt dat andere ondernemingen van de markt worden geweerd. Bovendien heeft de Commissie aangenomen dat de netwerkeffecten van een klantenkring en dataset maar beperkt zijn. Consumenten kunnen immers gemakkelijk overstappen naar een andere dienst. De diensten van data-driven companies zijn meestal gratis en eenvoudig te installeren, en bovendien kunnen consumenten ook van meerdere diensten tegelijk gebruikmaken. Ten slotte stelde de Commissie dat het voor consumenten gemakkelijk is om een aantal vrienden mee te nemen naar een andere dienstverlener, zodat er stap voor stap een nieuw netwerk kan worden opgebouwd.

De Commissie overweegt nu een andere weg in te slaan, maar wat zijn de juridische gevolgen als het sets persoonsgegevens gaat zien als een bedrijfsmiddel die als zodanig moeten worden meegewogen in het mededingingsrecht? Als persoonsgegevens een economische waarde hebben verandert dat de gehele analyse van elke markt waar persoonsgegevens een prominente rol in het businessmodel spelen, zoals social media platforms, Voice over IP, en zoekmachines. Een logische volgende stap kan bijvoorbeeld zijn dat als persoonsgegevens een waarde hebben als bedrijfsmiddel, een consument ook kan ‘betalen’ met zijn persoonsgegevens om zo toegang te krijgen tot een gratis product of dienst. In dat geval is het oude standpunt van de Commissie mogelijk niet meer bruikbaar in toekomstige zaken. Als persoonsgegevens immers een intrinsieke waarde hebben, in hoeverre is er dan nog sprake van een gratis product als consumenten hun persoonsgegevens moeten delen als ze er gebruik van maken? Hoe waarschijnlijk is het dat een consument bereid zal zijn om verschillende bedrijven met zijn persoonsgegevens te betalen voor dezelfde dienst, en hoe waarschijnlijk is het dat hij zijn vrienden over kan halen om dat ook te doen? Dit zijn marktaspecten die de Europese Commissie in het verleden niet heeft meegewogen door niet in te gaan op de economische waarde van persoonsgegevens, en door niet in te gaan op de juridische implicaties van het fenomeen ‘betalen met persoonsgegevens’. Het zal vrijwel onmogelijk worden om de oude lijn nog te blijven volgen als de Commissie persoonsgegevens in een nieuw licht zet.

Met de uitspraak van Eurocommissaris Vestager heeft de Commissie voor het eerst aangegeven dat grote sets aan persoonsgegevens functioneren als een bedrijfsmiddel die als zodanig kunnen worden meegewogen in mededingingszaken. Aangezien persoonsgegevens steeds belangrijker worden in een veelheid aan verschillende businessmodellen is het niet verwonderlijk dat de Commissie deze stap nu zou zetten. Desalniettemin heeft het accepteren van een economische waarde van set persoonsgegevens verstrekkende gevolgen voor de toepassing van het mededingingsrecht in onze steeds meer digitale economie.

Peter van de Waerdt is afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen met een scriptie over de verhouding tussen het mededingingsrecht en bescherming van persoonsgegevens.

Gerelateerde blogs

Ford wil richtlijnen voor privacy in auto’s

In de nabije toekomst zullen auto’s meer en meer uitgerust worden met internetverbindingen en...

Lees meer

Evert de Pender start als CEO PrivacyPerfect

PrivacyPerfect lanceert eerste datamapping–tool ter wereld voor privacy compliance Rotterdam,...

Lees meer

Op de hoogte blijven?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Zie ons privacy statement.