BREAKING: uitspraak omtrent recht om vergeten te worden

Terug naar articles

19 september, 2014

Vandaag is in Nederland de eerste uitspraak omtrent het zogenaamde ‘recht om vergeten te worden’ gedaan. Volgens de voorzieningenrechter in Amsterdam hoeft Google Search de gegevens van een veroordeelde man niet te verwijderen. Volgens de rechter is negatieve publiciteit als gevolg van een misdrijf blijvend relevante informatie.

Het recht om vergeten te worden volgt uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie in de Costeja-zaak. Het Hof heeft toentertijd bepaald dat individuele personen het recht hebben om zoekresultaten naar informatie over hen op internet te laten verwijderen wanneer deze  informatie ‘irrelevant” ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ is.

In de zaak voor de Amsterdamse rechter beriep een man die in 2012 veroordeeld is voor een ernstig misdrijf zich op dit recht en op de Wet bescherming persoonsgegevens, met als doel zoekresultaten die verwijzen naar websites waarop informatie over hem met betrekking tot deze veroordeling zou staan te verwijderen. De voorzieningenrecht boog zich over de zaak, maar oordeelde dat ‚negatieve publiciteit als gevolg van een ernstig misdrijf in zijn algemeenheid juist blijvend relevante informatie over een persoon is.’ Daarnaast zou de man onvoldoende hebben onderbouwd dat de zoekresultaten verwijzen naar berichten die ‘buitensporig’ of ‘onnodig diffamerend’ zijn.

Dit zogenaamde recht om vergeten te worden heeft al tot veel discussie geleid, daar het voor zoekmachines niet altijd duidelijk is of aan deze criteria is voldaan. Daarnaast zou het recht om vergeten te worden botsen met het recht op informatie en vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM). De Artikel 29 Werkgroep heeft aangekondigd richtlijnen op te stellen over de praktische toepassing van dit recht.

Lees de uitspraak hier.

Gerelateerde blogs

Op de hoogte blijven?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Zie ons privacy statement.