Van verbod naar ontwerp: hoe beschermen we kinderen online?

08-09-2026 - Van verbod naar ontwerp: hoe beschermen we jongeren online? 

Australië beet eind vorig jaar het spits af. Als eerste land ter wereld voerde het een minimumleeftijd van zestien jaar in voor sociale media. Kinderen onder die leeftijd mogen geen accounts meer hebben op platforms als Facebook, Instagram en TikTok en de verantwoordelijkheid voor handhaving ligt nadrukkelijk bij de platforms zelf. Meta stelt inmiddels al meer dan 750.000 accounts in Australië te hebben geblokkeerd. 

Het Australische besluit inspireerde andere landen om vergelijkbare maatregelen te onderzoeken. Ook Frankrijk wilde, als eerste lidstaat van de Europese Unie, een duidelijke grens trekken: kinderen onder de vijftien jaar zouden geen toegang meer krijgen tot sociale media. Hoewel het Franse parlement met het verbod instemde, verklaarde de Franse Constitutionele Raad het voorstel ongrondwettig. Volgens de Raad was onvoldoende aangetoond dat de voorgestelde maatregelen noodzakelijk en proportioneel waren in verhouding tot de beperking van fundamentele rechten als vrijheid van meningsuiting en privacy. 

Risico’s en oorzaken  

De achterliggende reden voor het verbod ligt in de zorgen over de mogelijke risico’s die sociale media voor kinderen met zich meebrengen. Deze zorgen hebben betrekking op verschillende vormen van online schade waaraan kinderen in de digitale omgeving kunnen worden blootgesteld. Zo kunnen zij te maken krijgen met schadelijke content, cyberpesten, grooming, sextortion, manipulatieve reclame en privacyrisico’s. Daarnaast staat ook de mogelijke invloed van aanbevelingsalgoritmen, notificaties en gepersonaliseerde content steeds nadrukkelijker in de belangstelling van toezichthouders en wetgevers. 

Die aandacht zien we terug in Europese regelgeving. Zo verplicht de Digital Services Act (DSA) zeer grote online platforms om risico's voor minderjarigen te identificeren, beoordelen en beperken (artikel 34 DSA). Ook gelden beperkingen voor gepersonaliseerde advertenties gericht op minderjarigen. 

Tegelijkertijd verschuift het debat. Waar risico's lange tijd vooral werden gekoppeld aan het gedrag van gebruikers, wordt steeds vaker gekeken naar de rol van platforms zelf. Dat onderscheid is relevant. Als risico's mede samenhangen met de wijze waarop een dienst is ontworpen, komt ook de verantwoordelijkheid van aanbieders voor een veilige digitale omgeving in beeld. 

Het resultaat van een verbod 

Australië koos voor een wettelijke leeftijdsgrens van zestien jaar. De eerste ervaringen laten echter zien dat de effectiviteit van een dergelijke maatregel mede afhankelijk is van de wijze waarop deze wordt gehandhaafd. Jongeren blijken nog steeds manieren te vinden om toegang te krijgen tot sociale media, bijvoorbeeld door een onjuiste leeftijd op te geven of technische maatregelen zoals een VPN te gebruiken. 

Dat raakt aan een fundamenteel vraagstuk. Een leeftijdsgrens is alleen effectief wanneer deze controleerbaar en handhaafbaar is. Dat vraagt om leeftijdsverificatie, toezicht en controlemechanismen. Tegelijkertijd brengen juist die instrumenten nieuwe vragen met zich mee over uitvoerbaarheid, effectiviteit en de verhouding tot andere fundamentele rechten. 

De paradox van leeftijdsverificatie 

Om jongeren van sociale media uit te sluiten, moeten platforms kunnen vaststellen hoe oud iemand is. In de praktijk betekent dit vaak dat aanvullende persoonsgegevens moeten worden verwerkt. Daarmee ontstaat een spanning tussen verschillende beschermingsdoelen. Enerzijds bestaat de wens om minderjarigen beter te beschermen tegen online risico's. Anderzijds moeten maatregelen voldoen aan beginselen uit het privacyrecht, zoals dataminimalisatie en proportionaliteit. 

Met andere woorden: om kinderen beter te beschermen, kan het noodzakelijk worden geacht om méér persoonsgegevens te verwerken. Juist op dat punt stelde de Franse Constitutionele Raad kritische vragen. Volgens de Raad vereiste het voorstel een brede vorm van leeftijdscontrole, terwijl onvoldoende was onderbouwd waarom deze inbreuk op fundamentele rechten noodzakelijk en proportioneel was. 

Van verbod naar ontwerp? 

De situaties in Australië en Frankrijk maken duidelijk dat een verbod voor minderjarigen nieuwe juridische en praktische vraagstukken met zich meebrengt. De vraag is daarom niet alleen of kinderen toegang zouden moeten hebben tot sociale media, maar ook welke aanpak het meest geschikt is om de bijbehorende risico's te beperken. 

Daarbij verschuift de aandacht steeds vaker van toegang naar ontwerp. Wanneer risico's voor minderjarigen mede samenhangen met de inrichting van digitale diensten, ligt een deel van de oplossing mogelijk niet alleen in het weren van gebruikers, maar ook in het veiliger en kindvriendelijker maken van de digitale omgeving. 

Die benadering krijgt steeds nadrukkelijker vorm in Europese regelgeving. Onder de DSA worden platforms aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid van minderjarigen. Concepten als safety by design en child rights by design spelen daarbij een steeds grotere rol. 

Een belangrijk instrument is de Kinderrechten Impact Assessment (KIA). Hiermee kunnen organisaties vooraf beoordelen welke gevolgen een digitaal product, platform of AI-systeem kan hebben voor de rechten, veiligheid en ontwikkeling van kinderen. Door potentiële risico's al in de ontwerp- en ontwikkelfase in kaart te brengen, kunnen passende maatregelen worden genomen voordat schade ontstaat. 

Een effectieve en houdbare aanpak  

Sociale media brengen risico's voor kinderen met zich mee en wetgevers zoeken naar manieren om die risico's te beperken. Een leeftijdsgrens of verbod is daarbij één van de mogelijke instrumenten. De ervaringen in Australië laten echter zien dat handhaving complex is, terwijl de Franse uitspraak benadrukt dat dergelijke maatregelen ook moeten voldoen aan eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en grondrechtelijke bescherming. 

De discussie verschuift daarmee van de vraag óf kinderen bescherming nodig hebben naar de vraag welke combinatie van maatregelen effectief, uitvoerbaar en juridisch houdbaar is. Naast eventuele toegangsbeperkingen vraagt dat ook aandacht voor de inrichting van digitale diensten zelf. 

Considerati ondersteunt organisaties bij het aanpakken van deze uitdagingen. Dit omvat het uitvoeren van assessments om oplossingen voor leeftijdsverificatie te evalueren, en het identificeren van risico's voor kinderen binnen digitale diensten, AI-systemen en online platforms door middel van impact assessments zoals een DPIA of een KIA. 

 

Evelijn van Wanroij Team Manager Legal & Responsible AI / Senior Legal Manager

Meer weten over dit onderwerp?

vanwanroij@considerati.com +31 (0) 641551652