Liesje Schreinemacher over de Europese digitale transitie in een tijd van COVID-19

02/06/2020 - Liesje Schreinemacher (37) is sinds juli 2019 lid van het Europees Parlement namens de VVD en neemt zitting in de commissies Interne Markt, Internationale Handel en Juridische Zaken. Daar houdt zij zich onder meer bezig met de verwachte Digital Services Act, en de verdere ontwikkeling van regulering op gebied van AI. Considerati interviewde haar over de impact van COVID-19 op haar werk, op digitalisering, en over haar inzet op de aankomende tech regulering.

Hoe ervaar je deze crisistijd als Europarlementariër?

Met vreemde geluiden, opmerkelijke achtergronden en onverwachte deelnemers hadden de eerste vergaderingen van het Europees Parlement in Lock down ergens wel wat weg van een sketch uit een komedieserie. Het is niet eenvoudig om op afstand en afhankelijk van de techniek onderhandelingen te voeren, waarvoor de sfeer in de zaal, een blik of een knik van collega’s soms een cruciaal verschil maken. Aanvankelijk verliep alles wat stroef, maar er is hard gewerkt aan nieuwe, digitale oplossingen om te stemmen en vergaderen met vertaling, zodat het Europees Parlement ook in de 1,5 meter samenleving haar werk kan blijven doen. Inmiddels zijn de meeste procedures weer hervat en zijn de eerste parlementariërs teruggekeerd naar Brussel.   

Welke digitale trend zie jij de komende tijd groot worden?

Onze digitale infrastructuur heeft er de afgelopen maanden voor gezorgd dat we op afstand konden werken, winkelen en onderwijs volgen. De crisis heeft laten zien dat de digitalisering goed is voor innovatie. Zo levert artificiële intelligence (AI) een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van een nieuw vaccin. Dit soort nieuwe technologieën kunnen zorgen voor economische groei en bijdragen aan onze internationale concurrentiepositie. Ik pleit er dan ook voor dat Europa de omstandigheden van de crisis moet gebruiken om de digitalisering te versnellen.

Tegelijkertijd heeft het toegenomen digitale verkeer in Europa laten zien dat meer waarborgen nodig zijn om ervoor te zorgen dat iedereen zich veilig online kan bewegen. Denk hierbij aan de verkoop van de onveilige maskers op online platforms en de verspreiding van nepnieuws op social media. Naarmate de invloed van bepaalde bedrijven in onze online samenleving groeit, vind ik dat er bij hen een grotere verantwoordelijkheid moet worden neergelegd. Uitgangspunt hierbij is dat burgers dezelfde rechtsbescherming mogen verwachten online als offline. Daarnaast moeten bedrijven de veiligheid van de techniek kunnen garanderen en weerbaar zijn tegen bijvoorbeeld cyberaanvallen.

Wat is je inzet bij de verwachte Digital Services Act en verdere ontwikkeling van regulering op AI?

De hooggespannen verwachtingen zie je goed terug in de discussies over de Digital Services Act (DSA). Regelgeving die de verantwoordelijkheid van digitale diensten, waaronder online platforms, moet regelen. Platforms zijn belangrijke spelers in onze digitale economie. Zij brengen ondernemers en consumenten met elkaar in contact. De toegang tot grote hoeveelheden data geeft sommige dominante platforms een concurrentievoordeel ten opzichte van kleinere, vaak regionale platforms en ten opzichte van de bedrijven die op hun platforms opereren. Dit gaat helaas vaak ten nadele van de kleinere ondernemer. Ik wil dat level playing field herstellen, door bijvoorbeeld maatregelen te nemen wanneer een platform te veel marktmacht heeft. Ook moeten Europese consumenten ervan op aan kunnen dat de producten die zij online kopen veilig zijn en voldoen aan de productveiligheidseisen die gelden voor de producten die in Europese winkels worden verkocht. Als dat niet zo is, moeten zij op een gemakkelijke manier bezwaar kunnen maken binnen Europa, ongeacht waar de verkoper vandaan komt.

Deze maanden debatteer ik met collega’s over verschillende dossiers op het gebied van AI, een technologie met veel mogelijkheden voor o.a. de gezondheidszorg, transportsector en onze industrie. AI staat wat haar ontwikkeling betreft nog in de kinderschoenen en we moeten voorkomen dat we deze ontwikkeling vroegtijdig stoppen en innovatie afremmen. Deze technologie wordt nu al door verschillende wetgeving gereguleerd, zoals de Algemene Wet Gegevensbescherming (AVG), de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) en verschillende mensenrechtenverdragen. Ik ben dan ook geen voorstander van de introductie van nieuwe alomvattende wetten. Wel staat vast dat, hoewel we veel van de toekomstige mogelijkheden en bijbehorende risico’s nog niet kennen, consumenten beschermd moeten worden tegen nieuwe risico’s. We kijken daarbij nu in het bijzonder naar een aanpassing van het huidige aansprakelijkheidsregime voor AI-toepassingen met een specifiek hoog risico.

Aan welke soort input uit het veld en de tech sector heb je behoefte?

Wetgeving maken over nieuwe technologieën vraagt om een gedurfde aanpak, waarbij we onszelf als wetgevers en politici moeten uitdagen om te blijven leren van en nauw samen te werken met de sector, technische experts en academici. Alleen zo kunnen we de consequenties van onze (beleids-) keuzes goed overzien en tot proportionele oplossingen komen. Heel waardevol zijn voor mij de gesprekken met ondernemers en ontwikkelaars waarin ze mij bijpraten over concrete problemen waar zij tegenaan lopen in de huidige wetgeving en met ideeën komen over hoe we innovatie kunnen blijven stimuleren. Ik ben ervan overtuigd dat we alleen op die manier kunnen komen tot een aanpak waarbij niet de angst, maar het potentieel van de techniek centraal staat.

Sharon Doornenbal Consultant Public Affairs