21/07/2026: De Digital Omnibus is een breed wetgevingspakket dat op 19 november 2025 door de Europese Commissie werd gepresenteerd en verschillende digitale wetten in de EU zou wijzigen, waaronder de AVG, de ePrivacy-richtlijn, de Data Act en de NIS2-richtlijn. Het wetgevingspakket heeft als doel om het digitale regelgevingskader van de EU te vereenvoudigen.
Deze blog maakt deel uit van een reeks over de voorstellen uit het Digital Omnibuspakket van de Europese Commissie. In een eerdere blog bespraken we de Omnibus-visie op het juridische kader rondom cookies. In deze blog richten we ons op het voorstel tot wijziging van artikel 12(5) AVG en wat dit kan betekenen voor organisaties die navigeren op de dunne lijn tussen legitieme inzageverzoeken en verzoeken die dat allerminst zijn.
Het huidige kader
De meeste organisaties zijn bekend met inzageverzoeken. Op grond van de AVG kan iedere betrokkene een organisatie vragen te bevestigen of zij zijn of haar persoonsgegevens verwerkt en, zo ja, een kopie daarvan te verstrekken. Dit verzoek moet kosteloos en binnen één maand worden nagekomen. In de praktijk wordt echter niet elk inzageverzoek met die intentie ingediend. Een veelvoorkomend voorbeeld is een inzageverzoek van een (voormalige) werknemer, niet om te controleren welke gegevens de organisatie van hen verwerkt, maar enkel als een middel om documenten te verkrijgen voor gebruik in een arbeidsrechtelijk geschil.
Om dit te ontmoedigen, kunnen verwerkingsverantwoordelijken op grond van artikel 12(5) AVG weigeren gehoor te geven aan een inzageverzoek, of een redelijke vergoeding in rekening brengen, wanneer verzoeken kennelijk ongegrond of buitensporig zijn. Het woord “kennelijk” stelt een hoge drempel; er is duidelijk en aantoonbaar bewijs van misbruik vereist, en de bewijslast rust volledig bij de verwerkingsverantwoordelijke. Zo zien we dan ook in de praktijk dat verwerkingsverantwoordelijken er zelden in slagen te bewijzen dat een inzageverzoek kennelijk ongegrond of buitensporig is.
Het voorstel van de Europese Commissie
De Digital Omnibus stelt voor dit enigszins te vergemakkelijken. De voorgestelde wijziging van artikel 12(5) AVG zou verwerkingsverantwoordelijken expliciet toestaan een inzageverzoek te weigeren of daarvoor een vergoeding in rekening te brengen wanneer de betrokkene zijn rechten misbruikt. De Omnibus overwegingen geven concrete voorbeelden, zoals verzoeken die worden ingediend met de intentie om schade toe te dienen aan de organisatie. Het voorstel zegt ook dat te ruime en vage verzoeken als buitensporig kunnen worden beschouwd, en dat betrokkenen bij het indienen van een verzoek zo specifiek mogelijk moeten zijn.
In de praktijk betekent dit dat verzoeken die voornamelijk zijn ingediend om bewijs te verzamelen voor een gerechtelijke procedure, verzoeken met als enig doel de verwerkingsverantwoordelijke schade toe te brengen, of gevallen waarin een betrokkene aanbiedt het verzoek in te trekken in ruil voor een tegenprestatie.
Toch kent het voorstel beperkingen. De EDPB en de EDPS hebben in hun gezamenlijk advies een hogere drempel aanbevolen, waarbij weigering alleen is toegestaan wanneer er aantoonbare intentie is om schade te veroorzaken, een hogere lat dan het voorstel van de Commissie suggereert. Of dat standpunt de onderhandelingen overleeft, moet worden afgewacht.
In de praktijk: wat verandert er als de voorstellen worden aangenomen?
Of de Omnibus nu in zijn huidige vorm wordt aangenomen of niet, er zijn concrete stappen die jouw organisatie nu al kan nemen.
Vooruitblik
Het Omnibus-voorstel verandert de regels omtrent het afhandelen van inzageverzoeken niet fundamenteel, maar het geeft wel een beeld van de richting waarop het gaat. Het recht op inzage is niet absoluut, en organisaties staan dan ook niet machteloos wanneer dit recht wordt misbruikt. Wat het voorstel echter niet doet, is de operationele last voor organisaties verminderen. Het documenteren van verzoeken en het onderbouwen van weigeringsbeslissingen blijft de verantwoordelijkheid van jouw organisatie, ongeacht hoe de definitieve tekst van het Omnibus-voorstel er uiteindelijk uitziet.
Voor organisaties is de praktische conclusie dat het loont te investeren in een infrastructuur die een toekomstige weigeringsbeslissing kan ondersteunen, zoals een gedocumenteerde ontvangstprocedure, heldere motiveringslijnen en de gewoonte om betrokkenen te vragen hun verzoek te specificeren of te beperken alvorens weigering te overwegen. Deze aanpak is immers ook in overeenstemming met het huidige recht en sluit aan bij het Omnibus-voorstel. Bovendien is deze aanpak ook verdedigbaar tegenover een toezichthouder, ongeacht hoe de definitieve tekst uiteindelijk komt te luiden.