17/10/2022 - Innoveren gaat via kleine stapjes en dikwijls tegen de stroom in. Daar is lef voor nodig. Maar juist in de spanning ontstaat creativiteit en komen vernieuwingen tot stand die kunnen bloeien en groeien. Zo’n klimaat is alleen mogelijk door contact en samenwerking met betrokkenen en een goede voorbereiding op vraagstukken die leven in de maatschappij. Hoe wordt smart technology zorgvuldig ingezet in onze maatschappij? En met welke (nieuwe) vereisten moeten we rekening houden? Hier gaan we uitgebreid op in tijdens de Considerati Conferentie 2022: Smart Technology en Privacy op 10 november. In het kader van de conferentie zijn 5 vragen gesteld aan mr. Marc Sturkenboom Privacyjurist Future Borders bij de Koninklijke Marechaussee.  

1. Welke ontwikkelingen op het gebied van smart technology ziet u terug?

“De technologische innovatie die we vanuit de Koninklijke Marechaussee op ons af zien komen is tweeledig van aard. Enerzijds zijn er zaken die we uit eigen initiatief en behoefte vrijwillig inzetten, maar anderzijds krijgen we ook vanuit Europese regelgeving de verplichting bepaalde technologische veranderingen in onze taken door te voeren. Bij dat laatste gaat het dan bijvoorbeeld om verplichte registratie van biometrie van reizigers en controle van hun reisdocumenten met gezichtsvergelijkende technologie. Daarbij worden ook steeds meer databanken met persoonsgegevens geautomatiseerd aan elkaar gekoppeld.”

“Daarnaast bieden we zelf ook al sinds 2012 de vrijwillige optie aan reizigers om op Schiphol via E-gates met gezichtsvergelijking de grens te passeren. Verder zijn er bijvoorbeeld pilots met een robothond die vooruit kan gaan om een omgeving te scannen en met camerasoftware bepaalde situaties, zoals een vechtpartij, herkent en een alarmsignaal afgeeft. Uitgangspunt is daarbij steeds dat deze techniek onze operationele medewerkers ondersteunt zodat zij hun werk efficiënter en veiliger kunnen uitvoeren, maar wel altijd zelf de eindbeslissing maken.”    

2. Met welke uitdagingen hebben we op juridisch gebied te maken als het gaat om de totstandkoming van smart technology? 

“Bij dit soort technologische ontwikkelingen worden vaker wel dan niet bijzondere of gevoelige persoonsgegevens van burgers verwerkt. Daarbij is voor de Marechaussee steeds de afweging of de meerwaarde voor algemene veiligheid opweegt tegen de impact op privacy voor de individuele betrokkenen. De uitdaging is dan wat mij betreft vooral het voorzichtig zijn met een steeds grotere “datahonger” en zorgen dat constant proportionaliteit wordt afgewogen. Smart technology biedt enorme voordelen voor veiligheid en opsporing, maar we moeten ervoor waken dat met die gedachte alle data rücksichtsloos wordt verzameld en op een hoop wordt gegooid. De ernst van de bedreigingen moet de inzet van dergelijke technologie altijd rechtvaardigen en de toegang daartoe moet worden beperkt tot specifieke, goed gescreende en geïnstrueerde medewerkers. Anders ontstaat de negatieve keerzijde dat overheidsinstanties alles over haar burgers weten en dat op alle vlakken tegen hen kunnen gebruiken, ook als het algemeen belang dat niet rechtvaardigt.”  

3. Hoe kijkt u naar de artificiële intelligentie (AI) regulering en de gevolgen hiervan voor organisaties die smart technology gebruiken?   

“De AI-regulering vanuit Europa is wat mij betreft positief, net als de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en richtlijn Gegevensbescherming in opsporing en vervolging. Het is namelijk zeker niet zo dat er niets meer mogelijk is, maar de regulering dwingt publieke en particuliere organisaties ertoe om bewuste afwegingen te maken voordat technologieën als AI worden ingezet, en om proactief maatregelen te ondernemen als dat niet gerechtvaardigd of onveilig blijkt. Er komt qua compliancy daardoor veel bij kijken, maar dat is ook nodig om maatschappelijk draagvlak te behouden voor inzet van dergelijke technieken. Zeker wanneer dat gebeurt door particuliere of niet-Europese instanties.”  

4. Gaan digitale ethiek en smart technology hand in hand? Of spelen er ethische knelpunten op bij de inzet van smart technology? 

“Zie ook het antwoord op vraag drie. Ja, naar mijn mening gaat dit hand in hand. Middels smart technology kan het voldoen aan maatschappelijke behoeften zodanig toenemen dat de inzet daarvan juist ethisch is. Denk aan ernstige misdrijven die zonder inzet van technologische hulpmiddelen onopgelost blijven. Maar ook de meerwaarde die het de maatschappij kan brengen in het verlichten van zwaar werk of verbeteren van medische zorg. Echter, daarvoor is randvoorwaardelijk dat steeds wordt afgewogen of het doel de middelen rechtvaardigt en of er niet te veel macht komt te liggen bij één instantie of zelfs bij een algoritme.”  

5. Waar denkt u dat we over 15 jaar staan op het gebied van smart technology, hoe zullen we hier in de toekomst mee omgaan?  

“Ik kan als jurist geen grondige voorspelling doen van exacte technische ontwikkelingen, maar ik beproef wel dat ondanks kritische geluiden het merendeel van de mensen het gebruik van smart technology omarmt, ook wanneer het impact heeft op hun privacy, omdat het hun leven vergemakkelijkt. Tegelijkertijd kunnen overheidsinstanties en commerciële bedrijven hun doelen er aanzienlijk beter mee behalen. Op basis daarvan verwacht ik dat de ontwikkeling en inzet van smart technology op allerlei vlakken zal blijven toenemen. Regelgeving en critici gaan dat niet tegenhouden, maar hopelijk wel zoveel mogelijk in goede banen leiden.”  

Meer weten?

Wilt u meer weten over de Considerati Conferentie 2022: Smart Technology en Privacy? Ga dan naar onze website en meld u aan.